is toegevoegd aan uw favorieten.

De Indische weermacht en de voorstellen Merens gespiegeld

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De heer Merens is voor een „vrijwillige" militie.

Wel sluit volgens ons spraakgebruik militie dwang in, maar

daarover willen wij niet twisten.

Die dwang immers zou men zich ontstaan kunnen denken uit moreele overwegingen. Onder vrijwillige militie zal dus verstaan moeten worden vrijwillige militaire dienstplicht. Een plicht dus, dien men vrijwillig op zich neemt, omdat men zich zedelijk daartoe verplicht acht. Aan dergelijken vrijwillig op zich genomen plicht behooren geen voordeelen verbonden te worden. Wil de heer

Merens dit toch doen, best.

De voordeelen, aan de vrijwillige militie verbonden, verkrijgt hij door deze vrijwillige dienstneming samen te koppelen met

een capitulantenstelsel (pag. 336).

Het capitulantenstelsel is het stelsel, waarbij vrijwilligers bij de militaire macht, na hunne pasporteering, voor bepaalde burgerlijke betrekkingen in de eerste plaats in aanmerking komen, indien zij

zulks wenschen.

Voldoet het stelsel van den heer Merens aan de hierboven gegeven definities, dan kunnen wij er vrede mede hebben niet alleen, maar wij zouden het toejuichen.

Voldoet het stelsel aan de bovengestelde eischen niet, dan hebben wij met geen vrijwillige militie noch een capitulantenstelsel te doen, maar met geen stelsel. Voert men het desondanks in onder bedreiging van dwangmaatregelen, waardoor er van vrijwilligheid geen sprake is, dan heeft men met niets anders te doen dan met een doodgewonen dienstplicht, gekoppeld aan karakterloosheid. De zaak komt dan eenvoudig hierop neer, dat het gezag den moed mist om openlijk en eenvoudigweg den dienstplicht in te voeren. Het tracht dit te maskeeren onder nietszeggende woorden, waardoor geen Indiër zich zal laten bedotten. Men houdt ze voor zoo naief als men zeil blijkbaar is, hetgeen voor hen beleedigend is!

Gaan wij thans na, wat de heer Merens zegt (pag. 336). „De heer Kerkkamp verbond aan die vrijwillige dienstneming „echter te weinig voordeelen; m.i. zou ze moeten worden samengekoppeld met een capitulantenstelsel in dien vorm, dat er „geen gouvernementsbetrekking openstaat voor iemand, die geen [diensttijd achter den rug heeft. Géén regent, geen wedono,