is toegevoegd aan uw favorieten.

Een jaar onder de Karo-Bataks

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ze. Dat laatste hoort te men zoo vaak dat het niet den minsten indruk meer maakt. Minstens een per week, zelfs per dag, verklaren velen dat ze van dit of dat dood zullen gaan. Ja, even royaal zijn ze ook daarmede voor anderen, ze verwenschen elkaar voor elke kleinigheid.— Zonder mij nu echter aan al deze klachten te storen begon ik maar de wond schoon te maken. Een pakje watten had ik bij mij gestoken om iets te kunnen uitrichten. Later heb ik wat slappe thee genomen om door koude compressen de ontsteking weg te krijgen. Die thee diende alleen om aan mijn werk wat kleur bij te zitten, dat helpt beter dan gekookt water.

De wond lijkt mij niet erg, als maar eerst die ontsteking weg is.

17 Juli.

Met Pa Serboet gaat het goed. Dit even om je op de hoogte te brengen van mijn medische praktijk. Eiken dag breng ik hem een bezoek en verbind de wond. We mogen tevreden zijn. Hem gaat het echter te langzaam.

Vandaag bezoek gehad van Pa Nagang. Ik geloof dat ik je hem nog nooit heb voorgesteld. Hij is een zwaar gebouwde Batak, grooter dan de meesten. Eiken morgen komt hij voorbij mijn huisje met de palmwijnkoker op zijn rug. Hij is een beetje schuw; als hij mij ziet kijkt hij voor zich en is verlegen. Hij heeft groote donkere oogen, met een vriendelijken opslag, die iets goedigs aan zijn gelaat geven. \ erder is hij vader van vier kinderen, waarvan de oudste, een meisje, den naam van Nagang draagt; vandaar dat men hem Pa Nagang noemt.

Die vriend, vergezeld van vrouw en kinderen kwam mij dan een bezoek brengen. Als geschenk brachten ze een groote hoeveelheid witte rijstt mede en drie eieren. Eerst begreep ik niet waaraan de eer te danken te hebben van dit bezoek, maar als echte Batak begin ik mij ook al niet meer zoo druk daarover te maken, het zal me wel duidelijk worden. Er werd gepraat over die mooie