is toegevoegd aan uw favorieten.

Verzameling van de sinds 1850 in het Staatsblad opgenomen Koninklijke vernietigingsbesluiten in afdeelingen chronologisch geordend, toegelicht door korte weergave van den inhoud en analyseerende aanteekeningen en voorzien van verschillende klappers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

indeeling, waarop Mr. G. van der Meulen doelde op blz. 70 \au zijne dissertatie „Het Koninklijk Vernietigingsrecht" (Groningen 1898).

Doch onder de bewerking van een en ander werd het duidelijk, dat het brengen der besluiten onder eenigszins ruime en algemeene rubrieken hoogst moeilijk, zoo niet ondoenlijk was. In de eerste plaats, wijl zeer dikwijls niet was uit te maken, met welken grondregel, hetzij al dan niet in een wetsartikel of wettelijke regeling belichaamd, strijd aanwezig werd geacht; voorts omdat vele besluiten in meei dan één opzicht in strijd met de wet werden geoordeeld. Bovendien deed zich bij nauwkeurige beschouwing der besluiten nog veel opmerkingswaardigs voor, dat bij het geven eener zoodanige indeeling

niet zou zijn gereleveerd.

En aldus ontstond het plan, om boven elk besluit het resultaat te plaatsen der beschouwing van zijn inhoud rat vier verschillende gezichtspunten. Hierin toch ligt tevens indeeling der besluiten naar den inhoud opgesloten. Tot goed begrip diene het volgende.

Boven elk der besluiten, waarbij vernietiging wegens strijd met de wet wordt uitgesproken, is in cursieve letter sub 1° aangegeven, of de bevoegdheid, waarvan Gedeputeerde Staten, de Raad, of Bui gemeester en Wethouders bij het vaststellen van de vernietigde bepalingen gebruik maakten, werd uitgeoefend in strijd met de Grondwet, met de wet (in engen zin), met eenig wettelijk voorschrift of met een niet gecodificeerden regel van Staats- of administratief recht. Dit alles wordt in de Grondwet (1848 — art. 133, 1887 — artt. 140 en 145), in de provinciale wet (artt. 166, 167 en 173) en in de gemeentewet (art. 153) gequalificeerd als „strijd met de wetten", of

„met de wet" (in ruimen zin).

Sub 2" wordt in den vorm van eenen te volgen algemeenen regel aangegeven, in hoeverre, blijkens het vernietigingsbesluit, de Kroon oordeelde, dat de macht, die de vernietigde bepaling maakte, m de toepassing der wet heeft gefaald. Er wordt dus vermeld, in welken geest de Kroon, blijkens het vernietigingsbesluit, de toepassing der wet heeft verlangd. Was dit niet tot eenen algemeenen regel terug