is toegevoegd aan uw favorieten.

Verzameling van de sinds 1850 in het Staatsblad opgenomen Koninklijke vernietigingsbesluiten in afdeelingen chronologisch geordend, toegelicht door korte weergave van den inhoud en analyseerende aanteekeningen en voorzien van verschillende klappers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de resolutie van Gedeputeerde Staten van dat gewest, van 29 April 1856, no. 7, waarbij den provincialen directeur der directe belastingen enz. te Assen, met betrekking tot eene door H. Pieters, te Kloosterburen, gemeente Assen, niet binnen drie maanden na de afkondiging van het betrekkelijk kohier ingediende reclamatie wegens een aanslag in het personeel over 1855/56, verzocht wordt het originele beschrijvingsbiljet van den reclamant voor gezegde belasting over dat jaar, aan genoemd collegie te doen toekomen;

Gelet op art. 133 der Grondwet, alsmede op de wet van 6 Julij 1850 (Staatsblad no. 39);

Overwegende enz.

de overwegingen zijn dezelfde als van het besluit, opgenomen onder no. 11 dezer afdeeling.

dat uit voormelde wetsbepalingen en hare onmiskenbare bedoelingen derhalve blijkt, dat de resolutie van Gedeputeerde Staten van Drenthe, van 29 April 1.1., no. 7, in strijd is met de wet.

Den Raad van State gehoord, (advies van 9 dezer, no. 7);

Hebben goedgevonden en verstaan, voorschreven resolutie van Gedeputeerde Staten der provincie Drenthe, van 29 April 1.1., 110. 7, bij deze te vernietigen.

Onze Minister enz.

Het Loo, den 12den Julij 1856.

(get.) Willem.

De Minister van Financiën, (get.) Vrolik.

NO. 18. Koninklijk Besluit van den

J4s:en Juli löub (ötbl. n°. 72) tot vernietiging van een besluit van den raad der gemeente Leersum dd. 19 Februari 1851, en van een daarmede verband houdend besluit der Gedeputeerde Staten van Utrecht dd. 3 April 1851, nu. 21, omtrent verhuur van gemeenteeigendommen.

a. (betreft de vernietiging van het raadsbesluit, zie no. 55 van afdeeling V.)

b. Het besluit van Gedeputeerde Staten , waarbij de overeenkomst, krachtens een onwettig raadsbesluit gesloten, wordt goedgekeurd, moet eveneens geacht worden in strijd met de wet te zijn genomen.

a. (zie no. 55 van afdeeling V).

1. b. onwettige uitoefening van bevoegdheid.

2. b. Gedeputeerde Staten mogen geene besluiten, die uit hunnen aard onwettig zijn, goedkeuren.

3. b. interpretatie in zooverre wordt uitgemaakt, dat het goedkeuren van eene overeenkomst, welke het gevolg was van een onwettig besluit, is in strijd met de wet.

4. b. de vernietiging is gebaseerd op hel goedkeuren van eene overeenkomst, welke als uitvloeisel van een onwettig besluit, niet mocht worden goedgekeurd.

Wij Willem III, enz.

Op de voordragt van Onzen Minister van Binnenlandsche Zaken, van den 25sten Junij 1856, no. 154, 2de afd., strekkende tot vernietiging van een besluit van den gemeenteraad van Leersum, van 19 Februarij 1851, en van een daarmede in verband staand besluit van Gedeputeerde Staten van Utrecht, van 3 April 1851, no. 21;

Overwegende enz.

(de overwegingen, welke op de vernietiging van het raadsbesluit betrekking hebben, zijn opgenomen onder no. 55 van afdeeling V.)

dat daarna ingevolge dit besluit door burgemeester en assessoren eene overeenkomst met de vroegere huurders is gesloten, waarbij eene uitgestrektheid van ongeveer zeshonderd bunders heideveld der gemeente voor den prijs van ƒ64,50 wederom voor den tijd van twaalf jaren in huur is afgestaan, en deze overeenkomst vervolgens door Gedeputeerde Staten van Utrecht, bij besluit van 3 April 1851, no. 21, is goedgekeurd;

dat echter deze overeenkomst, als gegrond op een onwettig raadsbesluit, niet had mogen goedgekeurd worden, en alzoo het besluit van Gedeputeerde Staten van Utrecht, van 3 April 1851, 110. 21, in strijd is met de wet;

Gelet op art. 140 der Grondwet;