is toegevoegd aan uw favorieten.

Verzameling van de sinds 1850 in het Staatsblad opgenomen Koninklijke vernietigingsbesluiten in afdeelingen chronologisch geordend, toegelicht door korte weergave van den inhoud en analyseerende aanteekeningen en voorzien van verschillende klappers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

alleen hij die overtreedt, gestraft kan

worden; ^

Gelet op art. "153 der gemeentewet, Hebben goedgevonden en verstaan:

de artt. 8, 9, 1U en is van net.eminent der gemeente haaldivijk op net rijden van wagens en karren met honden bespannen, te vernietigen.

Onze Minister enz.

's Gravenhage, 3 Januanj lS-i-.

(get.) Willem. De Minister van Binnenlandsche Zaken, (get.) Thorbeeke.

NO. 9. Koninklijk Besluit van den Uden Januari 1852 (Stbl. n°. 7) tot vernietiging van eenige artikelen uit gelijkluidende verordeningen der gemeenten Beduin en Adorp dd. 27 en 29 December 1S51 1. op het tappen na elf uur des avonds.

a. Aan ingezetenen, die geene herbergiers of tappers zijn, mag niet, zooais bij de onderwerpeiijke plaatselijke verordeningen is geschied, het houden van nachtgelagen, het toelaten van dobbelen , loten ot hazardspelen in hunne huizen onvoorwaardelijk worden verboden , daar niemand in zijne vrijheid binnenshuis mag worden beperkt, dan waar daarvan nadeelige gevolgen voor het algemeen zijn te vreezen. b. Daar het tappen gedurende de godsdienstoefeningen op zon- en feestdagen reeds onder strafbepaling bij de Zondagswet (artt. 3 en c, „=rma; oo dezelfde

overtreding bij plaatselijke verordening geene andere straf worden gesteld.

c. De bepalingen bij de onderwerpeiijke verordeningen gemaakt omtrent recidieve zijn met de wet in

strijd: ..

10 omdat zij imperatief gesteld zijn, terwijl de toepassing van strafverhooging bij art. 163 der gemeentewet aan de prudentie van den rechter is overgelaten;

2« wijl de intrekking van het patent

niet als straf op herhaalde overtreding mocht worden opgelegd , waar het slot van art. 2 der patentwet (1819) daaromtrent andere bepalingen bevat;

30 daar geen gevangenisstraf van drie tot vijf dagen mag worden bedreigd, nu bij art. 161 der gemeentewet slechts de bevoegdheid is gegeven, hoogstens drie dagen te bedreigen;

40 omdat de bepaling, dat boete in geval van onvermogen zal worden vervangen door gevangenisstraf in strijd is met art. 165 der gemeentewet, volgens welk artikel ook in andere gevallen van wanbetaling, bijv. in geval van onwil, de boete door gevangenisstraf moet worden vervangen.

a. uitoefening van bevoegdheid in strijd met een regel van admtnt- j stratief recht;

b en c. onwettige uitoefening vanhp.vnp.adheid.

a. de plaatselijke wetgever mag met j datgene verordenen, waartoe hij vol¬

gens een kenneujuen regei nistratief recht niet bevoegd is;

b. met reeds bij de wet gemaakte bepalingen moet worden rekening gehouden;

c. 10 en '20 bij de wet gegeven bevoegdheid mag niet bij plaatselijke verordening worden ontnomen,

30 de plaatselijke wetgever mag de hem bij de wet gegeven bevoegdheid

niet overschrijden;

rn 1'Wo mot aeniaakte '

W van uij wt. z- .

lingen mag niet worden afgeweken bij plaatselijke verordening, door liet

J r /in *%nvt rttPP.r I

qeven van voursviëit/w

1 l.4s, ct-vohkinn

3 a interpretatie, in zooverre een regel ' ... ,■ C ..„„Ut rtvrlt H P-

van administratie 1 rw

* n,,/^w7 •

fü/ HMWI/i wj I

interpretatie, waar de aangegeven] regel van administratief recht incasul geschonden wordt verklaard; b. interpretatie, in zooverre de 091 de verordening en bij de wet straf-I baar gestelde feiten identiek worderi

verklaard; ,

. rit>v vpvsc tillende ar-i

tikelen. in zooverre zij gesclionderi

I worden verkiaara.