is toegevoegd aan uw favorieten.

Verzameling van de sinds 1850 in het Staatsblad opgenomen Koninklijke vernietigingsbesluiten in afdeelingen chronologisch geordend, toegelicht door korte weergave van den inhoud en analyseerende aanteekeningen en voorzien van verschillende klappers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

l.

keuren van plaatsvervangers is, daar die handelingen, als betreffende de uitvoering der verordening, ingevolge art. 179 litt. a der gemeentewet, tot den werkkring van burgemeester en wethouders behooren, ten onrechte bij de onderwerpelijke verordening aan den burgemeester alleen opgedragen.

b. De raad is door regelen te geven omtrent het toezicht op de dienstboden, de hem bij art. 135 der gemeentewet toegekende bevoegdheid tot het maken van verordeningen te buiten gegaan.

c. De raad heeft, daar in de gemeente geene broodzetting is en er dus geen grond bestaat, om de bakkers in de uitoefening van hun bedrijf aan belemmering te onderwerpen, zijne bevoegdheid overschreden, door in de verordening voor te schrijven, uit welke bestanddeelen het brood zal moeten bestaan.

d. De raad heeft, door het mengen van schadelijke bestanddeelen in het brood te verbieden , in strijd met art. 150 der gemeentewet een onderwerp geregeld, waarin reeds is voorzien bij de wet van 19 Mei 1829 (Stbl. no. 35) en dat dus van algemeen rijksbelang was te achten.

e. Verscheidene bepalingen der verordening, tot welker handhaving de raad de bevoegdheid geeft, om de woningen der ingezetenen huns ondanks binnen te treden, betreffen noch de openbare rust en veiligheid , noch de bescherming van personen. Zij behooren dus niet tot de bepalingen, tot welker naleving de raad ingevolge art. 1 der wet van 31 Augustus 1853 (Stbl. no. 83) zoodanige bevoegdheid mocht geven.

De artikelen der onderwerpelijke verordening, waarbij tot handhaving dier bepalingen , bedoelde bevoegdheid wordt verleend, zijn dan ook in strijd met de wet.

1. onwettige uitoefening van bevoegdheid.

2. a. de voorschriften der wet moeten worden in acht genomen: eene taak

mag niet worden opgelegd dan aan de macht, aan welke zij kennelijk bij de wet is opgedragen;

b en c. bij de wet toegekende bevoegdheid mag niet worden overschreden; e. de voorschriften der wet moeten worden in acht genomen: verordening sbevoegdheid mag niet worden uitgeoefend buiten de bij de wet daaraan gestelde grenzen.

3. a. interpretatie, waar wordt uitgemaakt, dat de aan den burgemeester opgedragen handelingen tot de uitvoering der verordening behooren; interpretatie, waar schending van art. 119, a, wordt geconstateerd;

b. interpretatie, waar wordt geoordeeld , dat de raad door de onderwerpelijke regeling te treffen, de hem bij art. 135 toegekende bevoegdheid heeft overschreden en dat hierin strijd met dat artikel is gelegen;

c. interpretatie is gelegen in het constateeren der wetsschending;

d. interpretatie, waar wordt uitgemaakt, dat de vernietigde bepaling een onderwerp betreft, dat reeds bij de wet is geregeld;

interpretatie van art. 150 uit zichzelf: er wordt uitgemaakt, dat strijd met het daarin vervat voorschrift kan bestaan en dat die strijd hier aanwezig is;

e. interpretatie, waar wordt uitgemaakt, dat de bepalingen der verordening , tot welker handhaving de bevoegdheid tot het binnentreden van woningen wordt gegeven, niet strekken tot een der bij de wet van 1853 aangegeven doeleinden.

4. de vernietiging is gebaseerd op:

a. het opdragen van hetgeen kennelijk uitvoering is, aan andere macht, dan daartoe bij de wet is aangewezen;

b. het overschrijden der bij de wet toegekende verordeningsbevoegdheid;

c. het overschrijden door den raad van zijne bevoegdheid, door zonder grond regelen te stellen, die de uitoefening van een bedrijf belemmeren;

d. het in strijd met de wet regelen van een onderwerp, waarin reeds bij de wet is voorzien en dat dus van algemeen rijksbelang is te achten;

e. het gebruik maken van de macht, om aan de ingezetenen eene last op te leggen, terwijl hiervoor niet de bij de wet vereischte grond aanwezig is.