is toegevoegd aan uw favorieten.

Verzameling van de sinds 1850 in het Staatsblad opgenomen Koninklijke vernietigingsbesluiten in afdeelingen chronologisch geordend, toegelicht door korte weergave van den inhoud en analyseerende aanteekeningen en voorzien van verschillende klappers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zie het bovenschrift bij K. B. van 15 \ Maart 1863 (Stbl. no. 16) — no. 93 dezer afdeeling. \ j-

Wii Willem III, enz.

Op het rapport van Onzen Minister van Binnenlandsche Zaken van den 21sten Mei 1863, no. 137, 2de afdeeling, houdende voordragt tot vernietiging eener bepaling, voorkomende in de wijzigingen, den 27sten April jl., door den gemeenteraad van Nieuwe Tonge in de politieverordening voor die gemeente gebragt. Overwegende:

dat het gewijzigd art. 179 dier verordening onder andere strekt, om bevoegdheid tot het binnentreden van de woningen der ingezetenen huns ondanks te verleenen tot handhaving van de artt. 89 en 90 der verordening;

dat deze bepalingen de sluiting der herbergen enz., op bepaalden tijd des avonds betreffen;

dat daarbij noch de openbare rust en veiligheid, noch de bescherming van personen betrokken, en hierbijdusartl der wet van 31 Augustus 1853 (Staatsblad no. 83) niet van toepassing is;

dat art. 179, voor zooveel de vermelding der artt. 89 en 90 aangaat, alzoo strijdig is met de wet; .

Den Kaad van State gehoord (advies van den 5den .lunij jl., no. b);

Gezien het nader rapport van Onzen Minister van Binnenlandsche Zaken ™!'

den 13den Junij 1863, no. 215, 2de af- | ilpplino' *

Gelet' op art. 153 der gemeentewet ; Hebben goedgevonden en verstaan: Het gewijzigd art. 179 der politieverordening voor Nieuwe-Tonge, voor^ zooveel aangaat de vermelding der artt. 8. en 90, te vernietigen.

Onze Minister enz.

Het Loo, den 16den

De Minister van Binnenlandsche Zaken, (get.) Thorbecke.

NO 97. Koninklijk Besluit van den 2jsten juli 1863 (Stbl. n°. 120) tot vernietiging eener bepaling de,r verordening van de gemeente Nijmegen dd. 15 'Mei 1863, omtrent het politietoezicht op de

schouwburgen , herbergen, tapperijen enz..

De bepalingen der onderwerpelijke verordening, welke het verbod bevatten, om zonder vergunning van den burgemeester openbare vertooningen in herbergen en dergelijke te houden , en waarbij de bevoegdheid wordt gegeven , aan zoodanige vergunning voorwaarden te verbinden, kunnen niet geacht worden de openbare rust en veiligheid , noch de bescherming van het leven of de gezondheid van personen te betreffen.

Zij behooren dus -niet tot de bepalingen, tot welker handhaving de raad, ingevolge art. 1 der wet van 31 Augustus 1853 (Stbl. no. 83) de bevoegdheid mag geven , om de woningen der ingezetenen huns ondanks binnen te treden.

Het artikel der verordening, waarbij zoodanige bevoegdheid tot naleving der bovengenoemde bepalingen wordt gegeven, is dus in strijd met de wet.

Zie het bovenschrift bij K. B. van 15 Maart 1863 (Stbl. no. 16) - no. 93 dezer afdeeling.

Wij Willem III, enz. _

Op het rapport van Onzen Minister van Binnenlandsche Zaken van den 3den Julii 1863, no. 211, 2de afd., tot vernietiging eener bepaling der verordening omtrent het politietoezigt op de schouw' burgen, herbergen, tapperijen enz., door den gemeenteraad van Nijmegen den ! 15den Mei jl. vastgesteld; 1 Overwegende: ... ,.,i

dat bij art. 3 der verordening bevoegd I heid tot binnentreden van de woningen i der ingezetenen huns ondanks ter hanrt1 having van de voorgaande bepalingen der verordening verleend wordt;

dat art. 1 het houden van openbare l vertooningen en openbare vermakelijkheden in herbergen, tapperijen en der-

r 1 gelijken verbiedt zonder vergunning van

„ den Burgemeester en volgens art. 2 aan ? 1 die vergunning voorwaarden verbonden 1 i kunnen worden;

t dat bij deze bepalingen noch de open'e I bare rust en veiligheid, noch de besche -