is toegevoegd aan uw favorieten.

Verzameling van de sinds 1850 in het Staatsblad opgenomen Koninklijke vernietigingsbesluiten in afdeelingen chronologisch geordend, toegelicht door korte weergave van den inhoud en analyseerende aanteekeningen en voorzien van verschillende klappers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de grenzen zijner wettelijke bevoegdheid had overschreden;

dat dus de bepaling sub 20. van art. 1 van de verordening van 's Gravenhage van -12 Juni 1888/2 Februari 1892 in strijd was met art. 135 der gemeentewet;

dat de strekking van het bovengenoemde raadsbesluit van 6 December 1892, genomen naar aanleiding van deze bepaling, eveneens was te verzekeren. dat de daarin aangewezen gronden en water, niet worden bebouwd en de handhaving van dat besluit, niettegenstaande de intrekking van de bepaling der verordening, waarop het steunde, blijkbaar bedoelt om aan burgemeester en wethouders der gemeente op gelijke wijze een rechtsgrond te verstrekken om het bouwen op de aangewezen terreinen tegen te gaan, als ware de ingetrokken bepaling van art. 1 sub 2<>. in stand gebleven;

dat wel is waar ook art. 1, 3°. der oorspronkelijke vastgestelde verordening gewaagt van grond, door den gemeenteraad aangewezen om voor openbare straat bestemd te worden, doch die bepaling slechts kan strekken om het bouwen ook toe te staan waar de straat, hoewel nog niet aangelegd, reeds dooiden gemeenteraad is aangewezen, geenszins om aan den raad de bevoegdheid te geven om aan gronden, waarvan de gemeenteraad niet krachtens burgerlijk recht bevoegd is de bestemming te regelen , ondanks den eigenaar en met miskenning van diens rechten eene nieuwe bestemming te geven;

dat dientengevolge ook het bovengenoemd raadsbesluit van 6 December 1892 wegens strijd met de wet behoort te worden vernietigd;

Gelet op art. 153 der gemeentewet;

Den Raad van State sehoord (advies

van 25 September 1894, 110. 32): 1.

Gezien het nader rapport van den Minister van Binnenlandsche Zaken, van 2. 3 October 1894, no. 4224, afdeeling Binnenlandsch Bestuur;

Hebben goedgevonden en verstaan, gemeld raadsbesluit van 's Gravenhage van 3. 6 December 1892 te vernietigen, wegens strijd met de wet.

De Minister enz.

Het Loo, 6 October 1894.

(get.) Emma. De Minister van Binnenlandsche Zaken, (get.) Van Houten.

\Tf'. 228. Koninklijk Besluit van den 2pten December 1894 (Stbl. n°. 237) tot vernietiging van een besluit van den raad deigemeente Nijmegen dd. 16 Juni 18.94, n".4, tot wijziging van een artikel der algemeene politieverordening.

De onderwerpelijke bepaling, waarmede de politieverordening wordt aangevuld en welke het verbod geeft, om op de straten in het belang der openbare orde, bepaaldelijk ter beveiliging van het verkeer, en in het belang der huishouding, op de tevens aangegeven uren geschreven of gedrukte stukken aan te kondigen, te verspreiden, te venten of te koop aan te bieden, kan niet geacht worden te strekken, om te waken tegen stoornis der openbare orde door de venters, daar het dan onverschillig zou zijn, welke voorwerpen door hen werden gevent.

Eerder moet worden aangenomen ,

dat die verbodsbepaling betreft de wijze, waarop geschreven of gedrukte stukken ter algemeene kennis worden gebracht. Daar nu echter het nemen van dergelijke maatregelen krachtens het bij art. 7 der Grondwet (1887) gemaakle voorbehoud ten aanzien van het bij dat artikel gewaarborgde recht, eene zaak is van algemeen rijksbelang, moet bedoelde verbodsbepaling geacht worden, in strijd te zijn met art. 150 der gemeentewet.

onwettige uitoefening van bevoegdheid.

bij het uitoefenen der plaatselijke verordeningsbevoegdheid moet met de daaraan bij de wet gestelde grenzen worden rekening gehouden, interpretatie, waar wordt uitgemaakt, dat de onderwerpelijke verbodsbepaling niet strekt tot bevordering der openbare orde, doch betreft de wijze, waarop geschriften ter openbare kennis worden gebracht;

interpretatie, waarin de slotbepaling van art. 7 der Grondwet wordt gele-