is toegevoegd aan uw favorieten.

De hand aan den ploeg

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kolonisten, vooral in het winst maken. De jongere mannen waren aan het maken der klompen en in een hoek zat een troepje oudjes de klompen te verven. Ik vroeg of er geregeld werk was. „Overvloed", was het antwoord, „als mijnheer bedenkt, dat er per jaar in ons land 2000000 paar klompen worden ingevoerd, naar ze zeggen. Wij kunnen ze altijd direct weer kwijt aan de fabrieken; die we maken zijn zoo maar weg.

En bovendien mogen we de klompen thuis afwerken, schilderen enz., zoodat des avonds moeder de vrouw en de grootere kinderen ook nog wat mee kunnen verdienen, want de betaling geschiedt niet per dag, maar naar het afgewerkte paar! Dat de overvloed aan overblijvend hout en spanen nog een aardig brandje oplevert, kan mijnheer wel begrijpen."

Daar was ook de afdeeling voor stroowerkers, een flinke ruimte. Daar waren een troepje oudjes, die niet zoo best meer konden werken, bezig met stroohulzen maken, een licht en gemakkelijk werkje, waar zulke oudjes, volgens mijn geleider, toch nog gemakkelijk een weekloon mee konden halen, en welke hulzen dan met honderdduizenden tegelijk naar het buitenland gingen. Verder waren ze daar aan het rietmatten en stroomatten maken en aan het fabriceeren van strootouw en van onbrandbare stroopiaten, waarvan de kolonie al een aardige leverantie had.

Verder in een zaal was men bezig met rustiek werk te maken, onder bekwame leiding, bloementafels, manden, tuinmeubels, enz. enz.

Ik zal 't hierbij laten, 't Is immers toch maar .... een droom. Maar niet alle droomen behoeven bedrog te zijn. Als Christelijk Nederland helpen wil, dan is deze droom te verwezenlijken.