is toegevoegd aan uw favorieten.

Hoe de gemeente Mepa een kerkklok kreeg

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verzamelden zich daar dan de dorpers en werd er met de vreemdelingen gedronken, gespeeld en werden de grappen vaak oorzaak van ruzie en vechtpartijen. Het kwam ten slotte zoover, dat de heer Storm vermanend tusschenbeiden moest komen. Aangemoedigd door de vreemdelingen brutaliseerden en scholden de anders zoo bescheiden Mepa's hun zendeling, zoodat hem zwijgen en huiswaarts gaan geraden waren. Toch bleef de heer Storm aan 't werk.

Lang toefden de vreemdelingen daarbeneden en toen begonnen de dorpers hunne woningen op de heuvels af te breken en zetten ze beneden op de kleine vlakte aan de overzijde van 't riviertje weder op. Dit riviertje zou als 'n bijna onoverkomelijke hinderpaal zijn tusschen hen en den zendeling en zoo zouden zij veilig zijn, bevrijd van zijn vermaningen, en kunnen leven naar 't begeeren en drijven hunner hartstochten. Zoo bleef de zendeling door bijna allen verlaten eenzaam achter op den berg en was hij als 'n leider aan de zoo gevreesde pokziekte, dien men schuwt en ontwijkt. Toen besloten de Zendelingen, dat de heer Storm zou verhuizen naar 't W& Samagebied en hij zich zou vestigen teWaMarisi, daar waar de Mohammedaansche vreemdelingen wonen,die altijd trachtten de Heidensche Boeroemenschen te winnen voor het geloof in hun profeet Mohammed. Niet lang hierna werd dit plan ook ten uitvoer gebracht.

Maar 't verblijven daar beneden in 't dal bleef niet zonder gevolgen. Koortsen overvielen hen, die nu daar woonden, en sleepten er velen ten grave. Toch hield men 't er vol, totdat de zendeling vertrokken was. Toen verhuisde men weer naar boven, maar het gift werkte nog na en velen boetten met hun leven. Dat deze ziekten en sterfgevallen de straffen waren op wat men Gods dienstknechten had aangedaan, men gevoelde 't maar al te zeer, al durfde men 't niet bekennen uit vrees voor den Posthouder, uit angst voor 't dorpshoofd, voor Salahoea, die toen nog leefde.

Toen de Posthouder ontslagen was en niet zeer lang daarna te Ambon stierf op 'n wijze, die allen tot in 't verre Mes'rètesche met afschuw vervulde, toen achtereenvolgens bijna allen, die de menschen hadden opgezet en aangevoerd, één voor één