is toegevoegd aan uw favorieten.

Hoe ik een Christen werd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toch al iets betei dan een meelton. Als het bezoek der godsdienstoefening groot was, bedekte men de verwarmingsinrichting — een groote vierkante opening in den vloer — met planken en legde daar dekens over, tien personen konden er op zitten. Met vijftig toehoorders was de zaai stampvol, vooral in den winter, als juist voor den kansel een kachel stond, waarvan de pijp voor de mannelijke toehoorders den predikant verborg. Een vriend schonk ons een harmonium en de Voorzienigheid gaf ons ook een organist in den persoon van een onzer nieuwe leden. Als het koor van vijftig ongeoefende en niet goed samenpassende stemmen in de enge ruimte weergalmde, dan beefden de muren en onze buren beklaagden zich over 't vreeselijk leven. Vooral 's Zondags was het een voortdurend komen en gaan van vroeg in den morgen tot laat in den avond. Het was immers het eerste huis, dat wij ons eigen konden noemen, dus gebruikten wij het zooals nooit een huis gebruikt is. Een onzer noemde het een herberg, waar wij ieder keer konden binnengaan, om ons op de levensreis te verkwikken. Het diende tegelijk als lees- en vereenigingszaal, als gehoorzaal, zittingzaal, lokaal voor ververschingen, als gymnastiek- en speelzaal. Luid gelach kon men hier even goed hooren, als het berouwvol snikken uit het diepst eener ziel; men besprak de moeilijkste vragen, maar sprak ook over de markt en het verdienen van geld. Dat was onze kerk en wij hebben in de geheele wereld haars gelijke niet gezien.

Het werk der kerkelijke vereeniging werd krachtig voortgezet. Onze broeders en zusters van de Bisschoppelijke kerk hielden hunne godsdienstoefeningen in een huis, dat aao 't Engelsche Kerkelijk Zendingsgenootschap behoorde, maar dat dit Genootschap thans zelf noodig had. Zij waren bereid zich met ons te vereenigen, zoodra de schulden van beide zijden betaald waren. Dan wilden wij samen een inlandsche, zelfstandige gemeente vormen. Vrienden buiten onzen kring hielden de zaak voor onuitvoerbaar of toch voor zeer moeilijk, maar wij, in onze zalige argeloosheid, zagen de moeilijk-