is toegevoegd aan uw favorieten.

Van slaaf tot evangelist

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De menschen waren zeer ontsteld over de hevige ziekte van mijn vader. Men vroeg hoe. het mogelijk was, dat hij zoo ziek was geworden en ik hoorde zeggen: zou een der vijanden een „manoin" gezonden hebben?

Gij moet weten, ons volk denkt, dat de eene mensch den anderen dooden kan, ook zonder vergiftiging of moord, eenvoudig door hem eenig onheil toe te zenden. Die dat doet, d. w. z. wien men daarvan beschuldigt, is de „manoin".

Natuurlijk zoekt men dien altijd onder de vijanden, of ook onder de schuldeischers, die wellicht reeds menigmaal vroegen om betaling. Zeer dikwijls worden oude, gebrekkige menschen als „manoin" aangewezen. Staat men als zoodanig te boek, dan kan men er vast op rekenen den een of anderen dag te worden gedood als zoenoffer voor den doode. Toen Vader zoo hevig ziek was, sprak ieder over een „manoin". Doch wie zou den zieke helpen en trachten te genezen.

Twee toovenaars werden daarvoor geroepen.

Zij kwamen in ons huis en terwijl eenige menschen op trommen sloegen, dansten zij zoo lang, totdat zij doodmoede neervielen.

Zij vielen in slaap. Toen zij weder wakker werden, noemden zij het geneesmiddel, dat men gebruiken moest.

Gedurende den slaap had de geest, die hen bestierde, dat middel aangewezen.

Ons volk denkt, dat de geesten der voorouders zich bemoeien met de levenden en de toovenaars voorlichten met raad en daad.

Men zocht het geneesmiddel. Het was een plant, die men kookte en het afkooksel moest vader drinken. Mijn volk gelooft wat de toovenaars zeggen en is geheel in hun macht.

O, dat de tijd toch spoedig kome, dat het den Heere Jezus leert kennen en liefhebben, dan zal aan deze dingen een einde komen.

Vader dronk de medicijn, maar er kwam geen beterschap. De ziekte werd heviger.

Toen werden de houten beeldjes, de „korwaars", buiten gebracht.

De toovenaars gingen op den grond zitten met de beeldjes