is toegevoegd aan uw favorieten.

Kiekjes uit de Soendalanden

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nu begint een pas gestichte Zendingsvereeniging met eerst uit te zien naar jonge mannen, die willen worden uitgezonden naar de heidenen. Dat deed ook de Nederlandsche Zendingsvereeniging. Er waren drie jongelingen die zij aannam als „Zendeling-kweekeling", zooals men dat noemt. Dat waren C. Albers, J. D. van der Linden en D. Licht. De laatste moest al spoedig wegens ernstige voortdurende ongesteldheid zijn ontslag nemen. Toen nu de beide overgebleven broeders bijna gereed waren, kwam er een andere vraag, en die was: waarheen moeten ze gezonden worden ?

En nu moet gij weten, dat de Heer het zoo leidde, dat door meerdere vrome mannen, die Nederlandsch Indië kenden, en die van elkanders raad niet wisten, werd gezegd: „Zend de jonge mannen naar de Soendaneezen op West-Java". West-Java is een groot stuk van het eiland Java en omvat vier provincies of residentiën, n.1. Bantam, Batavia, de Preanger Regentschappen en Cheribon. Daar wonen de Soendaneezen, zooals ik u reeds meermalen vertelde. Die vier residentiën zijn samen grooter dan ons geheele land. In die dagen woonden er 2V2 millioen Soendaneezen. Nu is dat getal al veel meer dan verdubbeld. Het Evangelie was op Java reeds verkondigd, n.1. op Oost-Java en Midden-Java, maar in het land der Soendaneezen, op West-Java, nog niet.

Toen nu die raad kwam en tweemaal kwam, zeiden de mannen, die het Bestuur van de Nederlandsche Zendingsvereeniging destijds vormden: „God wil het". Zij riepen