is toegevoegd aan uw favorieten.

Kiekjes uit de Soendalanden

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Den 16en Januari hadden onze zendelingen dat verzoek al gedaan, maar er was nog geen antwoord op gekomen.

Toch waren ze niet moedeloos! Zij woonden met hun drieën (de twee zendelingen waren nog ongetrouwd en Mevrouw Grashuis was in Nederland gebleven) in één huis en hadden daarvan elk één kamer betrokken. Meubelen waren er niet eens zooveel als precies noodig was, maar zij wisten zich wel te behelpen; zoo bijv. om boeken en kleeren te bergen vergenoegde de een zich met een kist de ander met een plank. De heer Grashuis sliep maar op den grond op een matje, zooals de inlanders dat doen.

Overdag waren ze druk bezig met taalstudie of met brieven te schrijven en 's avonds na acht uur zaten ze gezellig samen wat te praten of zij zongen een lied, waarbij de zendeling Albers met een oude harmonica als organist dienst deed.

Er woonden te Bandoeng enkele Christenen van 't eiland Ambon afkomstig, die echter zeer verwaarloosd waren. Als de jonge zendelingen met den heer Grashuis 's Zondags samen Gods Woord hadden gelezen en besproken, dan hielden zij zich op 't verdere deel van den dag met deze Christenen bezig. De Hollanders te Bandoeng waren eigenlijk een beetje bang voor deze dwaze landgenooten, die het ongehoorde stuk wilden bestaan, van de „inlanders tot Christenen te maken". Zij hielden zich dus vrij verre van de zendelingen en deze waren dientengevolge aan zichzelven en aan hun God overgelaten.

Zie, zóó nu was het begin der Zending onder de Soendaneezen.