is toegevoegd aan uw favorieten.

Kiekjes uit de Soendalanden

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet werden bespot en geplaagd ter wille van hun geloof? Maar ook hadden deze menschen geen voldoende levensonderhoud en verder was er voor hen, daar zij te midden van Mohammedanen woonde, zulk een groote verleiding. Daarom vond een der latere zendelingen het beter om op een land, dat hij daartoe van de regeering vroeg en verkreeg, de Christenen te verzamelen en daar ook zelf te midden van hen te gaan wonen. Dit geschiedde in 1888. Het land noemde hij „Pangharëpan", „hoop" dus.

De Christenen begonnen er met eenvoudige huisjes te bouwen en later werd er ook een woning gesticht voor den zendeling. De grond, waarop voorheen niets groeide dan woest hoog gras, struiken en boomen, werd ontgonnen, en weldra groeide er in plaats daarvan thee, koffie, cacao en peper. Voor de gezamenlijke Christenen werden rijstvelden aangelegd en ieder van hen kreeg een flink stuk grond rondom zijn huisje, waarop ook hij koffie, thee, cacao of peper mocht planten. De grond werd niet zijn eigendom, maar toch konden zijn kinderen later den grond van hem erven, en hij mocht dien ook verkoopen aan mede-opgezetenen of andere Soendaneesche Christenen, maar alleen met toestemming van den zendeling. Hij kreeg den grond in erfpacht. Gedurig kwamen er Christenen naar Pangharëpan uit andere gemeenten, omdat ze het daar dikwijls niet gemakkelijk hadden, terwijl ze op Pangharëpan bescherming en een goed bestaan vonden. Zoo groeide de gemeente allengskens aan. Gelukkig kwamen er in de laatste jaren ook heel wat Mohammedanen uit den omtrek