is toegevoegd aan uw favorieten.

Van een Papoesch slavenkind

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich zouden samenpakken, dat het donker, heel donker worden zou, dat blijdschap en vreugde zou moeten plaats maken voor droefheid en rouw ? —

Een gevreesde ziekte deed haar intocht in het land. De heidensche bevolking, in hooge mate onrein en onvoorzichtig, is een gemakkelijke prooi van ziekte.

De toovenaars, die als dokters dienst deden, gaven den menschen de meest dwaze raadgevingen en * behandelden hen op de domste wijze.

Niettegenstaande de zendeling hulp en raad geeft, wil men nu niets van hem weten, omdat zijn raad juist tegenovergesteld is aan dien der toovenaars. Men is eigenzinnig en luistert niet naar waarschuwingen. Als de eerste zieken het dorp worden binnengebracht en de zendeling bidt en smeekt om de kranken niet in het dorp te houden, daar zij zelf daarvan de groote ellende zullen ondervinden, dan brult men : „Bemoei u niet met ons. Wij zullen weten wat ons te doen staat".

En men legt de kranken in een huis, dat door ongeveer 100 menschen is bewoond.

Als door een tooverslag breidt de ziekte zich uit. Dag en nacht hoort men de klaagzangen en als het eene lijk is uitgedragen, ligt het andere te wachten. Binnen enkele weken zijn de ziektegevallen legio en de slachtoffers bijna niet te tellen.

Allerlei middelen worden beproefd. Veel raad wordt gegeven, maar geen baat gevonden en als de zendeling hulp wil verleenen, wordt hij uitgelachen.

De afgodsbeelden worden buiten gebracht. Avond aan avond smeekt men den geesten der overledenen genadig te zijn en de ziekte af te weren. Men danst dag en nacht om de geesten gunstig te stemmen. Eén der