is toegevoegd aan uw favorieten.

Napoleon

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„op tegen Beaulieu, noodzaak hem zich achter de Po te „begeven, trek zonder verwijl deze rivier over, maak mij „van geheel Lombardije meester, en hoop vóór den afloop „eener maand op het Tiroolsche gebergte te staan, het „leger van den Rijn te bereiken, en met hetzelve den „oorlog naar Beieren over te brengen."

Onder dagteekening van den 9den Mei schreef hij aan den directeur Carnot: „Wij zijn eindelijk de Po overgegaan. De tweede veldtocht is begonnen; Beaulieu heeft zijne tegenwoordigheid van geest verloren; hij berekent slecht, en valt bijna iedere keer in de valstrikken, die men hem spant. Wellicht verlangt hij naar een veldslag, want deze man bezit de stoutheid der woede, niet die van het genie... Nog ééne overwinning, en wij zijn heeren van Italië... Wat wij den vijand ontnomen hebben, is onberekenbaar... Ik zend u twintig schilderijen van de beroemdste meesters, van Corregio en Michel Angelo."

„Ik ben u bijzonder dank verschuldigd voor de oplettendheden welke gij mijne vrouw betoont. Ik beveel u haar aan; zij is oprecht patriotsgezind, en ik bemin haar tot eenen trap van geestdrijverij."

Het wegnemen der vermaarde schilderstukken en andere kunstwerken in de veroverde steden, is dikwerf als een roof beschouwd en gegispt geworden, en laat zich ook wezenlijk uit een zedelijk oogpunt niet verdedigen. Bedenkt men hochtans, dat Napoleon krijg en verovering in den zin der ouden opvatte, dat hij van het denkbeeld eener hooge vlucht van de Fransche nationaliteit uitging, en dat zulke zegeteekenen inderdaad de edelste waren, dan zal hem ten minste geen Franschman de verzameling dier kunstgewrochten te Parijs tot een verwijt durven maken.

Den dag na het schrijven van bovengemelden brief, kon de geschiedenis de nieuwe overwinning opteekenen, van welke Bonaparte het bezit van Italië verwachtte. De naam