is toegevoegd aan uw favorieten.

Algemeene geschiedenis in beknopten vorm

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NIEUWE GESCHIEDENIS.

§ 37. HET OVERGANGSTIJDPERK.

In de laatste tijden der Middeleeuwen en het eerste deel der 16e eeuw waren er op velerlei gebied groote veranderingen tot stand gekomen.

De manier van oorlogvoeren was geheel gewijzigd, doordat niet meer de adellijke ruiterij in den oorlog den strijd besliste, maar goed gewapende, geoefende en geordende benden voetvolk. Dit veroorzaakte grooten achteruitgang van den adel. De uitvinding van het buskruit en het gebruik van vuurwapenen maakten dit nog erger. De vorsten riepen nu den heerban niet meer op, maar huurden benden beroepssoldaten, wanneer zij oorlog wilden voeren. Later namen zij dezen voor goed in dienst als staande legers, die de macht der vorsten ten koste hunner onderdanen vergrootten.

Door de uitvinding der boekdrukkunst en van het lompenpapler was de invloed der geestelijkheid achteruitgegaan. Deze was niet meer alléén in het bezit van kennis. Ook de burgerstand had in ruime mate zijn deel aan kennis en wetenschap en zoo streefde deze, ten gevolge van genoemde uitvindingen, adel en geestelijkheid op zijde.

In dien tijd werden ook landen ontdekt, van wier bestaan men zelfs niets vermoedde. Sedert de uitvinding van het kompas beperkte men zich niet meer tot de kustvaart; men waagde zich in volle zee. De zeeweg naar Oost-Indië werd gevonden; Amerika ontdekt. De landhandel werd nu meer zeehandel; hij verplaatste zich ook, en geheel nieuwe producten kwamen in