is toegevoegd aan uw favorieten.

Beknopte geschiedenis des vaderlands

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Chattam (1667) van grooten invloed zou zijn op het stellen der voorwaarden. De vrede van Breda (1667) beantwoordde niet aan deze verwachting. De bepaling omtrent het strijken dei vlag bleef gehandhaafd, en de schoone bezitting NieuwNederland (hoofdplaats Nieuw-Amsterdam, nu New-York geheeten) moesten wij afstaan. Hier stond de aanwinst van S.uriname tegenover, tijdens den oorlog door ons veroverd.

Nauwelijks was het gevaar, dat ons land van den kant van Engeland gedreigd had, geweken, of wij moesten op onze hoede zijn voor Frankrijk. De koning van dat land, Lodewijk XI\ , had reeds lang begeerd zich van de Zuidelijke Nederlanden meester te maken. In 1667 meende hij zulks te kunnen doen. De Spaansche koning was overleden; Lodewijk maakte nu aanspraak op genoemde landstreken wegens zijn huwelijk met eene Spaansche prinses en bezette ze gedeeltelijk.

Onze verhouding tot Frankrijk was na 1635 langzamerhand gewijzigd. Duidelijk werd het streven zijner groote ministers Richelieu en Mazari.n naar machtsuitbreiding, vooral in het noorden. Dit had reeds Frederik Hendrik bezorgd gemaakt, en sedert waren onze staatslieden er op uit, de Spaansche Nederlanden als barrière (grensweer of slagboom) te houden tusschen de Republiek en Frankrijk. Ook De Witt begeerde frankrijk niet tot nabuur, en hij peinsde op middelen, om zulks te verhinderen. Hieruit kon gemakkelijk een oorlog voortspruiten. In dat geval zou men dan den prins van Oianje zeker het opperbevel over de troepen moeten geven. Om nu te beletten, dat hij de macht zou krijgen, die zijne voorvaders bezeten hadden, besloot Holland het stadhouderschap in zijn gewest voor immer af te schaffen. Dit besluit heet liet Eeuwig Edict (1667).

De Witt's bemoeiingen om Lodewijk te keeren, hadden