is toegevoegd aan uw favorieten.

Het Bethel-boek

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En waarom ditzelfde Brussel mij ook zoo aantrekkelijk is? Het is omdat ik met den Heer Geerling, een malen nog met "haar* er bij, hier geloopen heb, ook op het kerkhof te Laeken, maar ook elders.

Vaarwel, vader Geerling! U wijd ik dit Bethelboek ter gedachtenis. . . Ik kan met " u » noch met " haar » hier ooit meer wandelen, maar uw Bethel-kape\ staat er, en God geve 't: niet te vergeefs.

« Zal ik de Kapel nog zien ? «... zoo schreef de lieve broeder mij nog in Juni. — "De Heer weet het. In Zijne

handen zijn wij en is ons werk veilig en geborgen. *

*

* *

Zoodoende is hei karakter van dit Bethelboek niet weinig veranderd, en ik zou meenen, niet in deszelfs nadeel.

Neen, 't is niet alleen maar de naklank, of de toonlooze copie van het feestwoord en het feestlied, bij de opening op 16 Sept. 1900, — hoewel dit alles hier wordt opgenomen als een bloementuil saarngeregen, en verbonden tot één veelkleurig geheel... Het is onder de bewerking geworden een inhoud als tusschen Paschen en Pinksteren in,/ althans zoo spreekt het voor mijn gevoel, en in die stemming zet ik het in elkaar, en geef ik er die bestemming aan.

Een Paaschgroet van opstanding en leven bij de graven van O. J. Geerling en N. de Jonge, die samen rusten op hetzelfde kerkhof te Utrecht, dat al zoovele kostbare, heerlijke dooden bergt.

Tegelijk een Pinksterwoord van arbeid en leven — van 't werk des Heiligen Geestes en in den Heiligen Geest — van werken voor den Evangelisatie-arbeid en getuigenissen uit het Godsrijk, zooals wij door zeer verrassende en hooggewaardeerde bijdragen in staat werden gesteld die