is toegevoegd aan uw favorieten.

Het Bethel-boek

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eenvolgens verrezen (nadat de linnen tent waarin het werk begonnen was, was «opgedoekt»), eerst de houten lokalen daarna de steenen gebouwen, was hij de belangelooze architect. Hij werd voorzitter van de Commissie van Toezicht voor de Stads-Evangelisatie en toen in 1893 de Vereeniging Silo werd opgericht, die voor het grootste deel het werk dezer Commissie overnam, werd hij ook tot haren Voorzitter benoemd.

Intusschen was het werk voor de Belgische regeering ten einde, en mijn vader meende te bespeuren, dat zijn werkkracht verminderd was. Toen nu ook de laatste zijner dochters huwde en haren man naar Utrecht volgde, besloot mijn vader zijn werk als architect neer te leggen en keerden in Mei 1894 mijne ouders, na bijna eene halve eeuw in Brussel gewoond te hebben, naar Nederland terug, waar zij bij hunne dochter te Utrecht gingen inwonen.

Te Utrecht genoot hij eene werkzame rust, steeds trouw op en neder gaande met Ds. de Jonge, die zich reeds een jaar te voren daar gevestigd had.

Spoedig lid geworden der Bijbel-Vereeniging vond hij daardoor gelegenheid ook in Utrecht in het werk des Heeren bezig te zijn, terwijl hij in 1896, tegelijk met Ds. de Jonge tot ouderling der Herv. gemeente werd benoemd.

Ook voor het werk in Brussel, dat al de liefde bleef bezitten van zijn hart, deed hij nog wat hij kon. En daar was veel voor hem te doen, toen op 28 jan. 1898 Ds. de Jonge uit het midden van zijn velen en rijk gezegenden arbeid door zijnen Heer werd opgeroepen. Schoon Ds. de Jonge niet vergetende en zijn gemis steeds diep gevoegde, was hij den Heer zeer dankbaar, toen deze in Ds. C. L. Laan zulk eenen uitnemenden opvolger van Ds. de Jonge in het werk der Stads-Evangelisatiie verwekte, en terstond