is toegevoegd aan uw favorieten.

Het Bethel-boek

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stukken in verband met deze zaak bij den voorzitter Ds. J. C. Verhoef bracht en toen zeide: «Dit is nu nog het laatste dat ik te doen had. Ik ben nu met alles klaar en nu kan ik wel heengaan». In gelijken geest had hij zich bij Mevrouw de Jonge uitgelaten.

Zoo brak de lld<' November aan. Mijn vader voelde zich bizonder wel. Hij ging des morgens naar de kerk bij Ds. Gunning, dien hij altijd gaarne hoorde. Na de preek even de kerkekamer inloopende, herhaalde hij nog met instemming des leeraars laatste woorden: «De poort staat wijd open». Des middags maakte hij een wandeling met zijn schoonzoon. Tegen half zes thuis gekomen was hij voornemens nog naar de Bethlehem-kerk te gaan. Terwijl hij zich ontdeed van zijne overjas overviel hem plotseling de lang verwachte beroerte. Terstond was de spraak belemmerd, de rechterzijde verlamd, het bewustzijn geheel geweken. Slechts drie uren later was hij door de wijdgeopende poort den hemel zijner hope ingetreden, en van den tijdelijken aardschen Sabbat overgebracht in den hemelschen Sabbat zonder einde.

Groot was de droefheid, zwaar het verlies, gevoelig de ledige plaats, die hij achter liet, maar veel en rijk en zoet was de troost, dien God gaf. Als wij het nooit hadden geweten, zouden wij het toen hebben bemerkt, hoe algemeen geacht en geliefd deze onze dierbare vader in zijn leven was geweest. Wij hoorden het ook bij de geopende groeve, waar omheen wij des Donderdags stonden geschaard. Daar spraken Ds. Quast, de wijkpredikant, die de leiding had; Ds. Hoek namens de kerk te Brussel, Ds. Laan namens de Stads-Evangelisatie en Ds. O. Schrieke van Enschedé, neef van den overledene.

Waarlijk zijn leven, allen getuigden er van, is niet verloren geweest. Hij heeft niet ledig gestaan aan de markt.