is toegevoegd aan uw favorieten.

Het Bethel-boek

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

/- \

Wordt het geschreven woord van God, de Godsopenbaring in de H. Schriften, niet dagelijks stouter veracht of onnadenkend op zijde gezet? En is dat ooit zoo algemeen, zoo onder alle standen en richtingen voorgekomen als tegenwoordig?

Wie, zelfs onder de waarheidlievende menschen, toonen nog waarlijk te gelooven dat het de Schriften zijn, die kunnen wijs maken tot zaligheid, door het geloof in Christus? Schijnt de tijd niet gekomen, door Paulus voorzien en voorzegd, dat men de gezonde leer niet meer verdraagt, dat men ketelachtig is van gehoor, d.w.z. belust op het hooren van streelende dingen, terwijl men zich van de waarheid afkeert en die in praktijk tot fabelen maakt?

Eenigen tijd geleden hoorde ik een orthodox mensch, die altijd bij « goeje dominees » te kerk gaat, op tamelijk hooghartige wijze van een prediker zeggen : « ik vond er niets aan; hij haalde zoo veel teksten aan! »

Is het niet God geklaagd, dat men orthodox kan blijven heeten en tegelijk zijn afkeer of oververzadigdheid van het geschreven woord van God toonen ? Want ten slotte zal toch niet het sermoen van ds. X. maar zal «het Evangelie van Paulus», die «teksten» dus, de maatstaf zijn, waarnaar onze toekomst zal geoordeeld worden.

God doet groote en krachtige dingen in onze dagen, ook door onze Bijbelgenootschappen en Bijbelverspreiding, in de christen- en heideulanden. En toch heeft de Schrift misschien nooit minder gezag gehad over de groote menigte die haar kent of kennen kan. Haar gezag als « geschreven woord van God », als « oorzaak der Godsopenbaring in Christus», vermindert onder de gedoopte christenen bij den dag. De weinigen (helaas, zeer weinigen, naar ik vrees!) onder rechtzinnigen en niet-rechtzinnigen, voor