is toegevoegd aan uw favorieten.

Het Bethel-boek

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het vaststellen van het dogma van de wezensgelijkheid van den Zoon met den Vader op het Concilie van Nicea, in 325. Athanasius, bisschop van Alexandrië, is hier de man geweest. Zullen wij strijden voor het woord wezensgelijkheid ? Het is een menschelijk woord. Chemnitz zegt: de kerk zou liever bij den eenvoud der Apostolische uitdrukkingen hebben blijven staan, maar de menigvuldige aanvallen en misvattingen der ketters hebben scherpe en uitsluitende bepalingen noodig gemaakt, en ook voor het tegenwoordige zijn ze nog niet overbodig. Dus: wij aanvaarden het woord: wezensgelijkheid en gelooven, dat in het besluit van de kerkvergadering van Nicea de leiding des Heiligen Geestes openbaar is geworden.

Moet ik nu nog wijzen op de kerkclijk-dogmatische uitdrukking van: eeuwige generatie van den Zoon, om aan te duiden, dat de Zoon als Zoon het zelfstandige leven van den Vader heeft ontvangen ? De uitdrukking «eeuwige generatie» is zeker wel kreupel. Athanasius zegt er van : de Vader is alleen ongeboren; de generatie des Zoons is echter iets zoo verhevens, dat zelfs Engelenverstanden haar niet kunnen begrijpen. Wat men wil uitdrukken met dit woord, is, naar wij allen weten, dit, dat de Zoon den grond van Zijn bestaan heeft in den Vader, en daarom ook eenswezens zijn moet. «Eeuwig» wil zeggen: zoolang de Vader Vader is, is de Zoon in Hem. De Vader is niet zonder den Zoon te denken, evenmin als een lichaam zonder schaduw, de zon zonder uitstraling. «Generatie» wil zeggen: in God gegrond, uit God uitgaande. Er is dus geen tijdstip voor die generatie aan te geven. De Zoon heeft en blijft hebben zijn levensgrond in den Vader, ook toen Ilij mensch werd en was. Denken wij slechts aan Johannes 1, 18. Ook in Jezus' menschelijk zijn was Hij in den hemel, zie Joh. 3, 13. De éénheid was en is zóó groot en