is toegevoegd aan uw favorieten.

De merkwaardige geschiedenis van het Leger des Heils

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

iets overeengekomen was, vroeg hij, hoevele jaren de jonge rechter nog in zijne betrekking moest blijven, voordat hij aanspraak kon maken op pensioen als ambtenaar in Civielen Dienst.

Nu is het zoo geregeld in de betrekking, die Mr. Tucker, de sollicitant, toen bekleedde, dat de daarbij betrokkene na vier-en-twintigjarigen dienst recht heeft op een pensioen van 12.000 gulden 'sjaars en, als hij getrouwd is, op een levenslang pensioen van 3600 gulden voor zijne weduwe, een pensioen voor eiken zoon tot op een-en-twintigjarigen leeftijd en voor elke dochter, totdat zij trouwt. „Zou het niet verstandiger zijn om te wachten, totdat uw pensioen ingaat?" vroeg de Generaal, die er op uit was om de kracht van overtuiging van den vrijwilliger op de proef te stellen, voor hij hem aannam. Zonder een oogenblik te aarzelen antwoordde hij: „Neen, dat zou te lang duren. Dan zou ik al lang dood kunnen zijn en ik zou gaarne dadelijk beginnen". En zoo gebeurde het, dat de man, die den strijd zou aanbinden in het verre Oosten, werd ingeschreven als officier van het Leger des Heils.

Dat was in 1881. In dien tijd werd Indië geteisterd door een geestelijke schaarschte en hongersnood. Er waren wel zendingsposten geweest, en er waren nog ernstige mannen aan den arbeid zoowel onder inboorlingen als Europeanen, maar de tijd van godsdienstig leven en opwekkingen scheen voorbij te zijn. Er was één zendeling op de 400.000 zielen en dat kleine hoopje mannen zwoegde nog met het grootste geduld voort, schijnbaar zonder eenig resultaat. Over het geestelijk leven lag een traagheid, die onmogelijk af te schudden was. Op dat tijdstip kwam het Leger des Heils oprukken. De jonge Indische rechtsgeleerde was nu Majoor Tucker in het Heilsleger; al zijn kansen op wereldroem had hij prijsgegeven, om te mogen vechten in den heiligen krijg en mede te werken aan de verovering van Indië voor Christus.