is toegevoegd aan uw favorieten.

Met Jezus op den berg

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mensch wien het zonde- en plichtbesef tot een last is, zich langs dezen weg die naar de donkere diepte voert, van dezen last tracht te ontslaan.

Om dit noodlottig einde in den ongeredden mensch te voorkomen, moet gij, discipel des Heeren, op hem als een heilzaam zout werken. Uw zonde- en plichtbesef moet scherp geteekend zich aan hem vertoonen.

Gij zijt één met de u omringende menschheid, met het huisgezin en de maatschappij, waarin gij leeft. Wat in u duidelijk en krachtig aan den dag treedt moet op uwe huisgenooten en uwe medeburgers werken. Gij zijt in 't huisgezin en in de maatschappij, wat het zout in den vleeschklomp is. Er gaat een heilige invloed van u uit.

Uw zondebesef wordt door Gods Geest gebruikt om 't sluimerend zondebesef van anderen te wekken, en als 't gewekt is daaraan de rechte richting te geven.

En omdat gij één zijt met huis en maatschappij, moet het besef van eigen zonde zich bij u uitbreiden tot een dragen van anderer zonde. Gij moet innerlijk terug huiveren voor zonde die gij in huis of in maatschappij aanschouwt. Gij moet haar als zonde verfoeien, maar gij moet haar ook priesterlijk voor Gods aangezicht op 't medelijdend hart dragen.

Jezus is hierin ons voorbeeld geweest. Hij heeft in de verste verte geen gemeenschap met een enkele zonde gehad. Hij zag haar aan als zonde. Hij voelde haar als zonde. In Hem klopte, als ik mij zoo mag uitdrukken, de consciëntie der menschheid volkomen.

Welk een indruk moet Hij op ontvankelijke gemoederen hebben gemaakt, door den blik en 't gelaat waarmede Hij de zonde aanschouwde, en door het woord dat Hij daartegen sprak.

Waar bij menigeen het zondebesef aan 't inzakken en vergaan was, daar werd het soms als met een elektrieken