is toegevoegd aan uw favorieten.

Met Jezus op den berg

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die voortgekomen uit de goddelooze en ongodsdienstige kringen in Israël, dan had de Heer dit woord niet gesproken.

Hij kon wel van de gerechtigheid der schriftgeleerden en farizeën maar niet van de gerechtigheid der Sadduceën en Herodianen spreken.

En als Hij van hunne gerechtigheid spreekt, dan denkt Hij aan de betere kern der schriftgeleerden en farizeën, aan de mannen wien het ernst was met hunne levensbeginselen, hunne levensregelen, hun levensideaal.

Hij veracht die gerechtigheid niet. Hoe zou Hij „de gerechtigheid van God" (6 : 83), die in Gods koningrijk wordt gevonden, met iets verachtelijks hebben kunnen vergelijken?

Behoort niet, voor een deel althans, de betere kern des volks tot de richting der schriftgeleerden en farizeën? Was niet Saulus van Tarsus, een der edelste karakters, een Farizeör? Rekende hij het zich niet levenslang tot een eer, dat hij tot deze strenge sekte heeft behoord? (Fil. 3:5; Hand. 26:5).

En die Jezus aanhoorden hadden eerbied voor de schriftgeleerden en farizeën. Zij zagen naar ze op als naar de beste vertegenwoordigers van de deugd en de godsvrucht van 't Israëlietische volk. Daarom moest dit woord bij hen het doel treffen, om namelijk hun een hoogen dunk te geven van 't koningrijk der hemelen, dat op het punt is zich te openbaren. Terwijl zij goedkeurend en bewonderend opzagen naar deze geprezene mannen, werd het hun verkondigd dat zij het koningrijk der hemelen geenszins zullen ingaan, als niet hunne gerechtigheid overvloediger is, dan die der schriftgleerden en farizeën, als niet hun levensdoel en regel, hun levensideaal, van een hooger karakter, van een uitnemender aard is, dan die der schriftgeleerden en farizeën.

Wat was dan doel en regel bij deze mannen? De inzet-