is toegevoegd aan uw favorieten.

De weg tot heiligheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoofdstuk VI.

HEILIGHEID EN DE HEILIGMAKING DES LICHAAMS.

De Profeet Jesaja zegt dat God woont in de eeuwigheid (Jes. 57 : 15) en Salomo zegt: „De hemelen, ja, de hemel der hemelen zouden U niet begrijpen" (bevatten), (1 Kon. 8 : 27). Maar wonder der wonderen! Paulus zegt dat wij een woonstede Gods zijn. „Of weet gij niet," zegt hij, „dat ulieder lichaam een tempel is van den Heiligen Geest die in u is?" (1 Kor. 6 : 19). En elders: „Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt, en de Geest Gods in ulieden woont?" (1 Kor. 3 : 16).

Dit is een zeer ernstige waarheid, maar zij behoorde een verblijdende te zijn. Zij maakt ons deelgenooten van een eer en een waardigheid, hooger dan die van alle aardsche heerschers en zij verheft onze lichamen van gelijkheid aan het beest, tot een heilige gemeenschap met den Heer. Dit feit maakt de heiligmaking van het lichaam zoewel een heerlijk voorrecht als een belangrijke plicht.

Vele menschen meenen, dat heiligmaking of heiligheid alleen met de ziel iets uit te staan heeft. Maar de waarheid is, dat zij met ieder gedeelte onzer natuur en al wat wij bezitten, te maken heeft. Zoowel lichaam als ziel moeten geheiligd worden. Aan de Thessalonicensen schrijft Paulus: „En de God des vredes Zelf heilige u geheel en al, en uw geheel oprechte geest en ziel en lichaam worde onberispelijk bewaard in de toekomst van onzen Heere Jezus Christus." (1 Thess. 5 : 23.) Hiermee wil hij zeggen, dat het lichaam afgezonderd en den Heer geheiligd worden moet.

Wij moeten onze lichamen den Heer aanbieden. Paulus zegt: „Ik bid u dan broeders, dat gij uwe lichamen stelt tot een levende, heilige, Gode welbehagelijke offerande." (Rom. 12 : 1.) Evenals de militairen hun persoonlijke vrijheid en hun lichaam voor hun land geven, voor moeilijke veldtochten, ver-