is toegevoegd aan uw favorieten.

De internationaalrechtelijke betrekkingen tusschen Nederland en Japan (1605-heden)

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„magtig (waren) de hun toegekende regten uit te oefenen" 1). Art. 1 dier wet bepaalt n.1. ten aanzien van de consulaire rechtsmacht:

„Aan de consulaire ambtenaren, door Ons bij alge„meenen maatregel, den Raad van State gehoord, aan „te wijzen, en binnen het daarbij te bepalen ressort „wordt toegekend de uitoefening van regtsmagt, een „en ander volgens de regelen bij deze wet te stellen."

Die algemeene maatregel is te vinden in 1872 S. 93; wat Japan betreft worden daarin genoemd de consuls te Yokohama (ressort Yokohama, Yedo, Niigata en Hakodate), Hiogo (ressort Hiogo en Ösaka) en Nagasaki (ressort Nagasaki) 2). Deze ambtenaren waren niet alle beroepsconsuls8); daaruit blijkt reeds dat de practijk zich niet aansloot bij Senga's meening4), dat een rechtsprekend consul alleen een consul missus kan zijn, eene meening die mij ook theoretisch onhoudbaar dunkt. — Bij K. B. van 1890 S. 77 werd de indeeling der ressorten geheel veranderd, de standplaatsen der consuls bleven echter dezelfde. Zie ook nog 1898 S. 42. — Zie voor de afschaffing blz. 163.

K. B.'s, waarbij de tarieven van de gerechtskosten, in burgerlijke en strafzaken voor den consulairen rechter behandeld, werden vastgesteld, zijn te vinden in 1872 S. 92 (algemeen), 1874 S. 123 en 1875 S. 26 (alleen voor Japan).

Met deze weinige opmerkingen naar aanleiding van de consulaire rechtspraak in Japan zij hier volstaan. Voor bijzonderheden omtrent de organisatie der consulaire rechterlijke organen, niet alleen de Nederlandsche, maar ook die van andere staten, en het door en voor hen in acht te nemen

') Memorie van antwoord.

2) Deze consuls verkregen door denzelfden algemeenen maatregel mede de bevoegdheid tot het opmaken van akten van den burgerlijken stand en andere burgerlijke _akten, welke bevoegdheid ook aan den vice-consul te Osaka (ressort Osaka) werd toegekend.

3) Zie afdeeling IV van dit hoofdstuk.

4) Senga blz. 52.

9