is toegevoegd aan uw favorieten.

De internationaalrechtelijke betrekkingen tusschen Nederland en Japan (1605-heden)

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1897 Gb. 32 en 1897 Pb. 18 Zij zijn hierachter als bijlage VIII afgedrukt.

Het verdrag is vervolgens door de Staten-Generaal goed- Parlementaire gekeurd 1); deze goedkeuring was, in tegenstelling tot het 6oedkeuring. zoo goed als niet wederkeerige verdrag van 1858, vereischt omdat het tractaat onderscheiden bepalingen bevatte, die onderwerpen regelden, tot de bevoegdheid van den Nederlandschen wetgever behoorende en dus vallende onder het begrip „wettelijke rechten" van art. 59 onzer Grondwet2);

men zie slechts de bepalingen over het verblijf van Japanners in Nederland, over invoer- en scheepvaartrechten, enz.

Eindelijk is aan beide zijden het verdrag geratificeerd, Ratificatie en

terwijl de ratificatie-oorkonden den 20sten Augustus 1897 te Ultwisseling der „ , . .. ., . , , ratificatie-oor-

lokio zijn uitgewisseld, waarmede het tractaat volkomen oorkonden

rechtskracht verkreeg.

Was het verdrag van 1858 gesteld in het Nederlandsch, Taal van het toen de diplomatieke taal in Japan, het nieuwe luidde inverdra£het Engelscli, een bewijs hoezeer Nederland onder de mogendheden, die met Japan in betrekking stonden, op het tweede plan was geraakt. Dat juist het Engelsch als verdragstaai was gekozen, was, blijkens de memorie van antwoord op het voorloopig verslag door de Tweede Kamer over het wetsontwerp tot goedkeuring van het tractaat uitgebracht,

hierdoor te verklaren, dat de Japansche regeering aan de onze een in het Engelsch opgesteld verdragsontwerp had voorgelegd, terwijl onze regeering er geen bezwaar in zag het verdrag in het .Engelsch te sluiten, „omdat de vergelijking met de „door Japan met de Vereenigde Staten van Amerika en „Groot-Britannië gesloten verdragen daardoor werd vergemakkelijkt" (memorie van antwoord).

Het tractaat werkte in geheel Nederland (Rijk in Europa), Werkingssfeer. a) plaatselijk.

!) Handelingen Tweede Kamer 1896—'97 bijlagen n°. 1B0, handelingen blz. 1188; id. Eerste Kamer blz. 311, 31B, 328, 355; wet van 2 Mei 1897 S. 129

2) Zie blz. 104.