is toegevoegd aan uw favorieten.

De internationaalrechtelijke betrekkingen tusschen Nederland en Japan (1605-heden)

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in § 1 van deze afdeeling reeds besproken; in ons verdrag kwam zulk eene bepaling niet voor; hierover aanstonds nader.

In het nieuwe verdrag treffen — afgezien van het tarief Bijzonderheden, waarop op blz. 163—165 wordt teruggekomen — als de twee belangrijkste punten de algeheele openstelling van Japan en de opheffing van de exterritoriale positie der vreemdelingen.

Deze beide belangrijke wijzigingen van den vroegeren toestand geven aanleiding tot de volgende opmerkingen:

1°. wat betreft de algeheele openstelling des lands moet Openstelling van

worden gezegd, dat deze meer leek dan zij inderdaad be-Seheel JaPan-

teekende. Japan (is hier onder andere driifveeren ook nog geschillen over

J ° de eeuwigdaren-

een overblijfsel van de oude neiging tot afsluiting in het de pachtrechten.

spel?) houdt nog in 1919 de vreemdelingen zooveel het kan buiten zijn gebied, en legde ook in het laatst der vorige eeuw dit voornemen aan den dag. Over de beperkende voorwaarden, waaronder vreemdelingen er land in eigendom kunnen verwerven, zal in de volgende paragraaf dezer afdeeling worden gesproken; genoeg zij het hier op te merken, dat het vreemdelingen-element na de algeheele openstelling des lands bij lange na niet is toegenomen in evenredigheid met de meerdere voor hen vrij gekomen vestigingsruimte. Eene lijst der havens, die na de sluiting der nieuwe tractaten buiten de oude verdragshavens voor de vreemdelingen toegankelijk werden, vindt men in eene keizerlijke ordonnantie van 12 Juli 1899, in vertaling opgenomen in Moore's International Law Digest § 851.

Gepaard aan de openstelling van het geheele land ging de opheffing der „settlements"; zij werden blijkens art. 3 van het bij het tractaat behoorend protocol in de aangrenzende Japansche gemeenten opgenomen en zoo zijn sedert 1899 deze eigenaardige internationale juridische lichamen in Japan verdwenen.

In weerwil van hunne opheffing deden de oude settlements nog lang hunne nawerking gevoelen, zij schijnen dat zelfs nog heden ten dage te doen. De eeuwigdurende