is toegevoegd aan uw favorieten.

De internationaalrechtelijke betrekkingen tusschen Nederland en Japan (1605-heden)

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BIJLAGE m.

Overeenkomst, gesloten tusschen Mr. Jan Hendrik Donker Curtius, Nederlandse!! Commissaris in Japan, ridder der orde van den Nederlandsehen Leeuw en buitengewoon gevolmagtigde van Z. M. den Koning der Nederlanden, en Arao Iwamino Kami, Kawa Moera Tsoesimano Kami, gouverneurs van Nagasaki, en Asano Ihkakf, Keizerlijk opziener te Nagasaki, op den 9den November 1855 in het gouvernementshuis aldaar i).

Artikel 1.

De Nederlanders hebben van den lsten December 1855 volkomene persoonlijke vrijheid en mogen mitsdien van Decima uitgaan zonder eenig geleide, even als zulks tot nu toe aan hen op verlof werd toegestaan onder geleide, en dat ten allen tijde.

Artikel 2.

Wanneer door een Nederlander eenige Japansche wet wordt overtreden, zal daarvan kennis worden gegeven aan den hoogsten Nederlandsehen ambtenaar, die op Decima geplaatst is, en zal hij, door zijn tusschenkomst, door de Nederlandsche Regering volgens de Nederlandsche wetten worden gestraft.

Artikel 3.

Indien een Nederlander door een Japanner onbehoorlijk mogt worden behandeld, zal die zaak op de klagt van den Nederlandsehen commissaris in Japan, door de Japansche Overheden worden onderzocht en zullen zoodanige Japanners volgens de Japansche wet worden gestraft.

1) Ontleend aan Staatsbegrooting voor het dienstjaar 1857 hoofdstuk III, bijl. A der memorie van antwoord, in Handelingen der Staten-Generaal 1856-'57, bijl. blz. 2863— De Martens, N. R. G., tome 16 partie II blz. 392 en vlg., vermeldt in noten onder den text van het traetaat van 30 Januari 1856 slechts in hoeverre deze overeenkomst van dat traetaat afwijkt. In het Staatsblad is deze overeenkomst niet opgenomen.