is toegevoegd aan uw favorieten.

De internationaalrechtelijke betrekkingen tusschen Nederland en Japan (1605-heden)

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 13.

Oorlogsbehoeften in het algemeen zullen aan het Japansche gouvernement, maar niet aan de kooplieden mogen worden geleverd.

Indien onder voor de eerste maal in Japan aangebragte goederen zich artikelen bevinden mogten, die men in Japan wil verbieden aan de kooplieden te leveren, zoo zal daarover officieel onderhandeld worden.

Artikel 14.

De invoer van opium in Japan is verboden.

Artikel 15.

Goud en zilver mogen niet door de Nederlanders gekocht worden. Maar zulks is niet toepasselijk op vergulde zaken, noch op bewerkt goud en zilver. Japansche munten mogen niet uitgevoerd worden. Indien er nog andere artikelen mogten zijn, waarvan de uitvoer niet kan worden toegestaan, zoo zal daarover telkens officieel onderhandeld en beslist worden 1).

pilaarmat en van den zilveren Mexicaanschen dollar vastgesteld overeenkomstig het Koninklijk besluit van 21 Junij 1858 (Staatsblad van Nederlandsch Indië 1856 N°. 39) (br.).

De waardeering van gouden en zilveren munten is geregeld bij artikel 3 der Conventie met Amerika van 17 Junij 1857 en artikel 12 van het additioneel tractaat met Rusland van 12/24 October 1857.

Deze regeling is ook voor Nederland van toepassing. De waardebepaling van de beide in dit artikel genoemde munten is alzoo vervallen. Mexicaansche dollars, opgewogen tegen Japansche zilveren Itseboe geven eene waarde van 4,704 pitjes of won (aant.).

*) De uitvoer van Japansche munten is volgens artikel vijftien verboden. Hieromtrent wordt nog onderhandeld. Hoe gewenscht die uitvoer van Japansche munten ook wezen moge om den buitenlandschen handelstand te bevredigen, zoo moet ik toch erkennen persoonlijk geene andere overtuiging te hebben, dan dat de Japansche Regering die nog met geene mogelijkheid kan toestaan. Zij zou hare munt zien wegvloeijen zonder voldoende middelen bij de hand te hebben om het gebrek daarvan te herstellen. Eerst dan wanneer de Japansche nijverheid in het algemeen eene hoogte zal hebben bereikt, die voldoen kan om de waarde der invoeren met Japansche retouren te dekken en zelfs de uitvoer den invoer mogt overtreffen, zal daartoe kunnen worden overgegaan, omdat alsdan de uitgevoerde Japansche munten weder zouden terugvloeien of eene circulatie van vreemde munten zou ontstaan, die, even als in China, het belang van den uitvoer van inlandsche