is toegevoegd aan uw favorieten.

Neutraliteit der overheid in de Nederlandsche koloniën jegens godsdienstzaken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die niets Christelijks hebben (gewapende politie enz.) — b.v. Bijblad 7759 (van 1912) —, strijden met art. 119 regeeringsreglement; want dat zou invloed kunnen hebben op voorkeur voor het omhelzen van een bepaalden godsdienst. Mohammedaansche feestdagen en poeasa (vastendagen) worden ontzien in de inlandsche schoolregelingen, bij rechtspraak enz.; zelfs voor Mohammedanen in Nederland (zie Ind. Stb. 1916, no. 497). Voor de regeling van de wijze van eedsaflegging door officieren, die den Mohammedaanschen godsdienst belijden, zie Ind. Stb. 1917, no. 90.

Een bijzondere bespreking ,eischt de houding der regeering ter zake van de bedevaart naar Mekka.

Zooals bekend is, zijn „de vijf zuilen", waarop het gebouw van den islam rust, de volgende:

1. Het uitspreken van de geloofsbelijdenis.

2. De ritueele godsdienstoefening (salat), waarbij vooral het eerste hoofdstuk van den qoeran wordt gereciteerd en een staat van ritueele reinheid is vereischt.

3. De vasten gedurende de negende maand (ramadhan).

4. De plicht tot milddadigheid (djakat-genoemde godsdienstige belasting).

5. Deelneming aan de bedevaart naar Mekka (hadj), eens in het leven \).

Het is alleen deze laatste zuil, die de islambelijders bij de uitoefening van hun godsdienst persoonlijk in contact brengt met het gouvernement, in zooverre nl. het gouvernement ook te hunnen aanzien het voorschrift van art. 119 regeeringsreglement wil handhaven, zoowel door het zich zooveel mogelijk onthouden van belemmerende, als door het nemen, soms, van beschermende maatregelen.

Alvorens echter die maatregelen te bespreken, ga een kort overzicht van de beteekenis dezer vijfde verplichting vooraf.

De bedevaart naar Mekka is plicht voor allen, die tot de reis derwaarts in staat zijn; wie echter niet in het bezit is van

') Vgl. Dr. C. Snouck Hurgronje, De islam, broch. Holland. Dr„ blzz. 23—27.