is toegevoegd aan uw favorieten.

Neutraliteit der overheid in de Nederlandsche koloniën jegens godsdienstzaken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geeft van de beteekenis der school voor de Mohammedanenzending: „Zij moet voor de Mohammedaansche maatschappij wezen wat de afwisseling van zonneschijn en regen voor den rotsgrond is. De school moet in die maatschappij ook een verweeringsproces te weeg brengen, dat wil zeggen, in die maatschappij een ontbindend element zijn, opdat de Islam zijne vastheid, zijne hechtheid en hardheid verlieze, de Islamieten daardoor ontvankelijk worden gemaakt voor de Evangelieprediking. Immers de invloed van de school blijft maar niet beperkt bij de leerlingen van die school, maar wordt ook gevoeld in de huizen, vaak in de kampongs, in de geheele maatschappij" x). Van andere zendingszijde wordt ten aanzien van dit punt met nadruk beweerd, dat „het eenige wapen, dat den Islam als religie treffen kan, is te getuigen van Christus door woord en wandel. Noch de moderne cultuur," heet het verder, „noch het zwaard is in staat de kracht van den Islam als religie te breken. Veeleer zullen deze beide machten er toe medewerken aan het Mohamedanisme nieuwe krachten toe te voeren. Doet het Christendom zijn intocht in een mohamedaansche streek, dan zal dit allicht reactie wekken; bij nadere kennismaking vallen evenwel de Christenen mee en maakt de vijandschap vaak plaats voor waardeering" 2). Met recht mag men intusschen betwijfelen, of het gevaar van die „reactie" volgens deze voorstelling niet wordt onderschat. En scherp steekt, tegenover het hier weergegevene oordeel van zendingsmannen over de beteekenis der zending onder Mohammedanen, af het waarschuwende woord van Puister, die, naar aanleiding van het vraagpunt, gesteld op den 2en morgen van het Eerste Koloniaal ünderwijscongres: „Welke zijn de leidende beginselen bij het onderwijs van wege de Christelijke zending ten behoeve van de niet-Europeesche bevolkingsgroepen?" — de regeering herinnert aan het verhoogde godsdienstige leven onder de

1) h. Coltjn, Onderwijspolitiek enz.. De Macedoniër 1910, blzz. 191—192.

2) D. Bakker, Het wapen tegen den Islam, De Macedoniër 1913, blzz.294—295, 289; vgl. ook Dr. J. W. Gunning, De beteekenis der Christelijke zending voor onze koloniën, De Tijdspiegel 1908, III, blzz. 226—231.