is toegevoegd aan uw favorieten.

Neutraliteit der overheid in de Nederlandsche koloniën jegens godsdienstzaken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(2) de residentie Zuider- en Ooster-afdeeling van Bomeo (Ind. Stbb. 1909, no. 388, j°. 1915, no. 446);

(3) de afdeeling Bolaang Mongondou der residentie Menado (Ind. Stbb. 1911, no. 140, j°. 1916, no. 189);

(4) de residentie Tapanoeli (Ind. Stbb. 1911, nos. 111 en 157, jis. 1912, no. 333; 1914, no. 750; 1915, no. 345);

(5) de eilanden Halmaheira en Nieuw-Guinea (Ind. Stb. 1911, no. 112);

(6) de afdeeling Menado der residentie Menado (Ind. Stbb. 1912, no. 579, jis. 1914, nos. 242, 781; 1915, no. 617);

(7) de afdeeling Soemba en Flores der residentie Timor en onderhoorigheden (Ind. Stbb. 1913, no. 309, j's. 1914, nos. 603, 743, 750, 791; 1915, nos. 620, 621; 1916, no. 212).

Elk van deze zeven afwijkende regelingen worde thans aan een kort onderzoek onderworpen x). Men houde hierbij in het oog, dat de subsidie-regeling van Ind. Stb. 1895, no. 146, en die, genoemd onder (1) tot en met (4), ingevolge Ind. Stb. 1909, no. 133, behoudens eenige afwijkingen met betrekking tot de toelating van leerlingen en tot de wijze van samenstelling van het schooltoezicht, ook toepasselijk zijn op particuliere Chineesche scholen, op welke inlandsch onderwijs wordt gegeven. Blijkens een mededeeling van den minister bij de begrooting voor 1916 bestond het voornemen om de ordonnantie van Ind. Stb. 1909, no. 133, „zoodanig aan te vullen, dat het daarbij bepaalde in het algemeen zal gelden voor scholen van vreemde Oosterlingen" s).

(1). De oude regeling van Ind. Stb. 1895, no. 146, kende over het algemeen een veel te laag bedrag toe en erkende ook niet met zooveel woorden een recht op subsidie 8). Daarom werd zij, voor zoover Java en Madoera betrof, vervangen door Ind. Stb. 1906, no. 241, welke regeling aanvankelijk voor geheel

1) Zie voor deze en verdere regelingen de Verzameling voorschriften betreffende het inlandsch onderwijs, Batavia, 1915, blzz. 521—735.

2) Handelingen 1915—1916, Bijlage B, no. 42, blz. 86.

3) Voor zoover mij bekend is dit recht destijds ook nooit door een rechter erkend.