is toegevoegd aan uw favorieten.

Neutraliteit der overheid in de Nederlandsche koloniën jegens godsdienstzaken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aanzien van de opneming van katholieke kinderen bevat de overeenkomst niets.

Wat de inlandsche misdadige jeugd aangaat, werd door den directeur van Binnenlandsch Bestuur het bezwaar geopperd, dat het plaatsen van jeugdige personen van Mohammedaanschen godsdienst in inrichtingen van een positief Christelijk karakter met de godsdienstvrijheid niet was overeen te brengen. Na ingewonnen advies van den adviseur voor inlandsche zaken, Snouck Hurgronje, werd den Gouverneur-Generaal bij ministerieele dépêche van 6 Januari 1910 medegedeeld, „dat de minister van koloniën de opneming van Inlandsche jeugdige misdadigers in de hoogerbedoelde gestichten verantwoord achtte, mits een gematigd toezicht van Regeeringswege kon worden uitgeoefend, en mits, bij beslisten tegenzin bij een opvoedeling, die door zijn geboorte tot een anderen godsdienst behoort, geenerlei dwang op zijne godsdienstige overtuiging zoude worden uitgeoefend" >). Naar aanleiding hiervan werd den directeur van Justitie opgedragen om nopens de verpleging van inlandsche jeugdige misdadigers in overleg te treden met de besturen van de Witte Kruiskolonie en van het Leger des Heils.

Volgens mededeeling van Van Walsem was in het begin van 1916 te Semarang een gouvernementsopvoedingsgesticht in aanbouw, terwijl plannen bestonden voor den bouw van een particulier opvoedingsgesticht te Soekaboemi, uitgaande van het genootschap voor In- en Uitwendige zending te Batavias). Laatstgenoemd gesticht, dat vrij ruim door de regeering wordt gesubsidieerd, is, blijkens een recent bericht in de Java-bode, thans geopend.

Uit de opgaven, voorkomende in het koloniaal verslag over 1916 betreffende de in Ned.-Indië bestaande weeshuizen en andere instellingen of vereenigingen van liefdadigheid, blijkt, dat te Buitenzorg en te Semarang gesubsidieerde weeshuizen

') Verslag gevangeniswezen enz., 1911, blz. 31.

2) Vgl. Mr. F. M. G. van Walsem, Pro Juventute, lezing van 5 Februari 1916, te vinden in het Indisch tijdschrift van het recht, dl. 108, no. 1.