is toegevoegd aan uw favorieten.

Verzameling voorschriften betreffende het inlandsch onderwijs

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

"waarvan de kennis van den adspirant-onderwijzer met liet | oog op zijn bestemming gevorderd wordt.

De eandidaten moeten zich mondeling en schriftelijk goed I in die taal (talen) weten uit te drukken, eenvoudig proza in die taal (talen) nauwkeurig kunnen lezen en bewijzen geven = het gelezene goed te begrijpen en zoowel bij het mondeling als I bij het schriftelijk examen doen blijken van voldoende kennis der grammatica dier taal (talen).

2e. Kennis van de gronden der hoofdbewerkingen in de rekenkunde met geheele getallen en met gewone en tiendeelige breuken; het metriek stelsel en de Inlandsche maten en ge; wichten; de evenredigheden; de berekeningen van de grootte I en de vormveranderingen van eenvoudige vlakke figuren en I de berekening van de inhouden der eenvoudigste lichamen.

Vaardigheid in het oplossen, zoowel uit het hoofd als schrifI telijk, van eenvoudige rekenkunstige vraagstukken. I 3e. Algemeene kennis van de oppervlakte der aarde en van I haar natuur- en staatkundige verdeeling.

Grondige bekendheid met de aardrijkskunde van Neder I landsch Oost-Indië.

Eenige bekendheid met de hoofdzaken der wis- en natuurkundige aardrijkskunde.

4e. Bekendheid met de geschiedenis van NederlandschOost-Indië en met de hoofdpunten van de vaderlandsche en i' de algemeene geschiedenis, voorzoover die met eerstgenoemde I in nauw verband staan.

5e. Kennis van: de hoofdzaken der natuurkunde: de beginselen der anorganische en enkele hoofdpunten der organische scheikunde; de voornaamste inheemsche planten en dieren, in het bijzonder landbouwgewassen en landbouwhuisdieren; de systematische rangschikking, den bouw en de levensverrichtingen van planten en dieren; de meest voorkomende ziekten bij planten en dieren en hare bestrijding; het m menschelijk lichaam.

6e. Vaardigheid in het teekenen van vlakversieringen, het teekenen naar de natuur en het illustratief teekenen op het bord.

I 7e. Vaardigheid in het schrijven met een duidelijke loopende hand van de aan de kweekschool onderwezen letterschriften.

Programma B.

le. Voldoende kennis van de Nederlandsche taal.

De eandidaten moeten zich mondeling en schriftelijk redelijk in die taal weten uit te drukken, eenvoudig proza nauwkeurig kunnen lezen en bewijzen geven het gelezene goed te begrijpen en zoowel bij het mondeling als bij het schriftelijk