is toegevoegd aan uw favorieten.

Verzameling voorschriften betreffende het inlandsch onderwijs

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van liet aantal „geregeld" de school bezoekende leerlingen in elke der 6 maanden, voorafgaande aan die waarin de aanvraag om subsidie is ingediend, terwijl die vraag blijkens het daarnaast afgedrukt staatje beantwoord moet worden door vermelding van het „gemiddeld" aantal leerlingen, dat in elke maand de school heeft bezocht.

In verband met eene door het gebruik van die niet wel bij elkaar passende uitdrukkingen gerezen kwestie omtrent de wijze, waarop bedoelde vraag moet beantwoord worden, heb ik de eer, daartoe gemachtigd door de Regeering, UHEG. het volgende mede te deelen.

De vraag in kwestie correspondeert o. m. met de in artikel 1, alinea 2 sub 4e, van de Regelen in Staatsblad 1906 n; 241 (1) voorkomende bepaling, dat het gemiddeld aantal de school bezoekende leerlingen wordt berekend over de zes maanden, voorafgaande aan die, waarin de aanvraag om subsidie wordt ingediend, met dien verstande, dat die termijn voor scholen, welke pas opgericht zijn en ten behoeve van welke voor de eerste maal subsidie wordt aangevraagd, tot drie maanden kan verkort worden.

Uit de stukken, welke tot de vaststelling van de aangehaalde Regelen hebben geleid, blijkt, dat beoogd werd de subsidieering der daarin bedoelde scholen afhankelijk te stellen van en verband te doen houden met het gemiddeld schoolbezoek, aldus opgevat, dat het schoolverzuim in aanmerking moet genomen worden. Aan de in die Regelen in het onderwerpelijk verband afwisselend gebruikte woorden „geregeld" en „gemiddeld" (artikel 1, alinea 2 sub 4e en 5e, artikel 4, § III, en artikel 5) moet derhalve slechts één beteekenis en wel de laatste worden gehecht.

De door subsidie-aanvragers in antwoord op de 6e vraag van genoemd model voor elke maand te verstrekken opgaaf van ihet aantal de school bezoekende leerlingen behoort dan ook te rworden verkregen door de aantallen de school bezocht hebbende leerlingen dag voor dag bijeen te tellen en het totaal te deelen door het aantal schooldagen in die maand.

Onder aanbieding van eenige afdrukken van dit schrijven 'ter verspreiding onder de Europeesche bestuursambtenaren in Uw gewest, verzoek ik UHEG. beleefd, die ambtenaren wel te willen uitnoodigen de belanghebbenden voor zooveel noodig fop het vorenstaande te wijzen.

De Directeur van Onderwijs en Eeredienst, G. A. J. HAZEU.

| t1) Blz. 522.