is toegevoegd aan uw favorieten.

Honderd brieven aan de redactie van het Bataviaasch Handelsblad

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Enfin, ik zal eens eventjes met professor Snouck Hurgronje afrekenen; misschien brengt me dat weer in evenwicht.

Als een bewijs van de eigenwijze bekrompenheid van de Opheffers vertelt Snouck Hurgronje, dat een patih zijn resident in 't Hollandsch aansprak. Deze draaide hem verontwaardigd den rug toe en zei tegen een dicht bij hem staand controleur: „Zeg hem, dat hij zijn eigen taal spreekt."

Ik kan me voorstellen, dat het verhaal aan Snouck Hurgronje gedaan is, maar wat ik niet begrijp is dat Snouck Hurgronje, de man, die gecenseerd wordt den inlander door en door te kennen; de man, die hun talen spreekt; de adviseur, zulke praatjes voor zoete koek opeet. Toch daalt mijn verwondering als ik naga, hoe dikwijls hij en zijn vriend Holle gebruikt werden voor intriges. Hoe naïef goedig zij door inlandsche hoofden gebruikt werden. Ging een luiwammes of knoeier zwak staan, dan was dikwijls Holle of Snouck Hurgronje zijn toeverlaat. Holle had iets kinderlijks. Tot op hoogen leeftijd bleven zijn blauwe kinderoogen de wereld verbaasd aankijken. Wat heb ik me dikwijls geërgerd om de onbeschaamde wijze waarop zijn zwager van de linkerhand, de hoofdpanghoeloe Mohamad Moesa, en de Patih Karta Winata hem voor den mal hielden. Trouwens, elke mandoer op zijn land Waspada nam een loopje met hem. Hij had een prachtig perceel: Waspada; rijke grond, dichte bevolking, mooi klimaat. Elk ander had op die theeonderneming fortuin gemaakt. Holle niet; die wist een geweldige schuld te kweeken. De lieve, brave Soendanees uit de buurt liep hard weg voor den Vriend van den Javaanschen Landman en ging 15 paal verder op theeondernemingen werken, onder vloekende administrateurs, die heelemaal niet ethisch aangelegd waren, maar hun mandoers nareden. Holle had geen volk genoeg voor den pluk, kon zijn tuinen niet op tijd gesnoeid krijgen, want Holle geloofde wat de inlander zei: Het bestuur was de schuld van 't volksverloop. Altijd had het bestuur het gedaan. De heerendiensten waren niet goed geregeld' of de menschen werden opgeroepen voor allerlei werk, juist als hij snoeien moest. Dat die menschen wèl tijd hadden, om in 't Tjikadjangsche te werken, dat was nonsens; hij benadeelde toch niemand voor een cent? Als iemand 't goed met den inlander meende, dan was hij't. Dat was ook zoo, dat spreek ik niet tegen, maar de naïeviteit van Holle was al te groot. Kromo is werkelijk 'n virtuoos om langs 'n omweg z'n doel te bereiken. Jammer, dat hij 't prefereert, om langs zóó veel slingerpaden te gaan, dat hij er zoo zelden komt.