is toegevoegd aan uw favorieten.

Honderd brieven aan de redactie van het Bataviaasch Handelsblad

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

65ste Brief. — Vorstelijke jachtpartijen.

1 Mei 1912.

Nu er gesproken wordt van de komst van den Prins, schiet mij te binnen waarom ik geen mooie dasspeld heb.

De Tzarewitch zou komen jagen. Kromo, in zijn overbeleefdheid, zorgde dat er een massa te schieten zou zijn. Dagen en dagen lang was hij bezig met het opvangen van wild.

Er was een aardig bosch waarin een kudde herten, maar de hoofden waren zóó benauwd geweest dat er misschien geen herten zouden zijn, dat ze een week lang gingen „commissie". De wedono, de regent, de assistent-wedono, ze konden niet slapen van ongerustheid over het mislukken van de jacht, en op den bepaalden dag kwam er geen beestje uit het bosch: er was te veel en te dikwijls onderzocht of de herten er nog waren.

Op een andere plek waren we gelukkiger. Daar hadden we twee mooie panters en een hoop wilde varkens in hokken klaar gezet.

Met de varkens wilde het nog wel. De beesten waren wel nog wat stijf, maar er liepen toch nog héél wat de goede richting uit. Ik denk, dat er zoowat een 10.000 Kromo's bezig waren geweest met vangen en een pas of 10 achter den boschrand stonden de hokken. Eerst ging Kromo een eind achter in het bosch staan schreeuwen en net doen, alsof hij opdreef. Kromo is een geboren diplomaat, en je behoeft hem geen instructies te geven voor de fopperij.

Langzamerhand naderde hij den boschrand en toen gingen de hokken open.

Met ware doodsverachting hielden we de dieren tegen, die het bosch weer in wilden loopen en daar had je het gepof. Je kon op je gemak mikken, want de meeste beestjes waren erg stijf in hun ledematen.

De panters fopten ons. Eerst wilden de rakkers niet uit hun kooien; dat was een heel gedoe; en toen sprongen ze over ons heen. Die beesten waren wel onopgevoed. Ik had bij hoog en laag beweerd, dat het bosch vol tijgers zat, en nu er geen enkele uitkwam, was de Tzarewitch ontstemd en ik kreeg geen speld.

Ja, je moet maar ongelukkig zijn.

Met de graaf en gravin De Bardy hadden we een nog grooter koopje.