is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetboek van strafrecht voor Nederlandsch-Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 179.

Bij veroordeeling wegens een der in de artikelen 438— 449, 466 en 467 omschreven misdrijven, kan ontzetting van de in artikel 35 n°. 1—4 vermelde recliten worden uitgesproken.

Titel XXX.

Begunstiging.

Artikel 480.

Met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van ten hoogste zestig gulden wordt gestraft:

1°. als schuldig aan heling, hij die eenig voorwerp waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat het door misdrijf is verkregen, koopt, inruilt, in pand neemt, als geschenk aanneemt, of uit winstbejag verkoopt, in ruil geeft, in pand geeft, vervoert, bewaart of verbergt;

2°. liij die uit de opbrengst van eenig voorwerp waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat het door misdrijf is verkregen, voordeel trekt.

Artikel 481.

(1) Hij die een gewoonte maakt van het opzettelijk koopen, inruilen, in pand nemen, bewaren of verbergen van door misdrijf verkregen voorwerpen, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zeven jaren.

(2) De schuldige kan worden ontzet van de in artikel 35 n°. 1—4 vermelde rechten en van de uitoefening van liet beroep waarin hij het misdrijf begaan heeft.

Artikel 482.

De in artikel 480 omschreven feiten worden, indien het misdrijf, waardoor het voorwerp is verkregen, is een der misdrijven omschreven in de artikelen 364, 373 en 379, als lichte begunstiging, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of geldboete van ten hoogste zestig gulden.

Artikel 483.

Hij die eenig geschrift of eenige afbeelding uitgeeft van strafbaren aard, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten