is toegevoegd aan uw favorieten.

Onderzoek naar de moeilijkheden ondervonden bij de uitvoering van openbare werken in Nederlandsch-Indië door tusschenkomst van aannemers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWEEDE AFDEELING. Omschrijving van het werk.

Artikel 13.

Onderdeelen van het werk. De te maken werken zijn:

a. Het verlengen van het Westerhavenhoofd te Semarang.

b. Het graven en baggeren van een prauwhaven c. a. te Semarang.

c. Het bouwen van kaaimuren.

d. Het maken van taludbekleedingen.

e. Het bouwen van vijf hangars.

f. Het bouwen van twee entrepots.

g. Het bouwen van twee open loodsen.

h. Het bouwen van een kantoorgebouw voor de recherche.

i. Het bouwen van een entrepot voor zelfontbrandbare stoffen. k. Het bouwen van verschillende wachtposten.

I. Het aanleggen van vloeren op het havenemplacement. m. Het maken van afvoergoten en buizen op het havenemplacement. n. Het maken van toegangswegen, pleinen en emplacementen. ' o. Het maken van een stekeldraadafrastering met toegangspoort en hekken. p. Het leveren en plaatsen van negen verplaatsbare kranen met daarbij behoorende rails. q. Het aanbrengen van de noodige verlichtingsmiddelen. r. Het bouwen of verplaatsen van een passarloods bij de visschershaven. 8. Het maken van een kleine sleephelling voor visschersprauwen.

Artikel 14.

Verlenging van het Westerhavenhoofd. Het Westerhoofd zal worden verlengd met 400 M., gemeten langs de kruin. Als beginpunt van telling is aangenomen het middelpunt van de kruin van den kop van den bestaanden dam; als eindpunt het middelpunt van de kruin van den nieuwen damkop.

De as van het.nieuw te maken gedeelte zal op een afstand van 20M. westwaarts evenwijdig loopen aan de as van den bestaanden dam; de overgang tusschen de beide assen zal een lengte verkrijgen van 150 M., zoodat de lengte van het nieuwe gedeelte, dat evenwijdig zal loopen aan den bestaanden dam 250 M. bedraagt.

De dam zal geheel moeten worden uitgevoerd als is aangegeven op teekening 2 en zooals hieronder nader is omschreven. De dam zal worden aangelegd met taluds van 172 op 1 aan de westzijde en van 2 op 1 aan de Oost- of kanaalzijde. De kruin zal een breedte verkrijgen van 3 M. en over de geheele lengte komen te liggen op 0.85 M. — S.P.

Het damlichaam zal bestaan uit een onderlaag van koraalsteen, ongeveer dik 1 M., ter goedkeuring door de directie; daarop zal onder de voorgeschreven taluds moeten worden gestort rivier- of bergsteen van een soortelijk gewicht van minstens 1.8, waarna de dam zal worden afgedekt met een 1.50 M. dikke laag zwaarderen steen. Deze deksteen reikt aan de kanaalzijde over de volle damlengte van onderen tot 3.50 M. — S. P.; aan de westzijde verloopt die hoogte van 2.60 — S. P. bij het begin van het nieuwe gedeelte tot 3.50 M. — S. P. aan het kopeinde.

De deklaag zal moeten bestaan uit steenen van minstens 1 tot 3 picol gewicht, zoodanig in het damlichaam verwerkt, dat de zwaarste steenen aan de dagzijde komen te liggen.

Alvorens met het storten van rivier- of bergsteen te beginnen, zal met het storten van de koraallaag steeds voldoende vooruit gewerkt moeten worden ter goedkeuring door de Directie.