is toegevoegd aan uw favorieten.

Onderzoek naar de moeilijkheden ondervonden bij de uitvoering van openbare werken in Nederlandsch-Indië door tusschenkomst van aannemers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Schade wegens tijdverlies. De Commissie noemt als het bedrag der schade door den aannemer geleden wegens tijdverhes in verband met de ondervonden moeilijkheden bij de zandhaling de som van f 388.000.—

Hoe de Commissie aan dat bedrag komt vermeldt zij niet, doch dat het op onjuiste gegevens berust kan uit het volgende blijken.

In de eerste plaats moet worden aangeteekend dat de aannemer geenerlei tijdverlies zou hebben behoeven te ondervinden indien hij zich voor het doel geëigende gewone baggermolens had aangeschaft.

De aannemer heeft blijkens zijn weekrapporten zijn baggermaterieel eerst in de week van 7—12 April, 1913 naar den mond der Goa rivier overgebracht.

Vóór dien tijd kan hij dus in verband met de gesteldheid van de zandplaat daar ter plaatse geen tijdverlies hoegenaamd hebben ondervonden.

Met den zandzuiger „Makassar" had hij blijkens de voren aangehaalde uittreksels uit zijn weekrapporten, op 12 Mei 1913 het voor dat werktuig geschikte zand reeds gevonden, zoodat met den zandzuiger spoedig dag en nacht doorgewerkt kon worden.

In Juli 1913 is het „goede" zand (d. i. met den hopper-cutter-zuiger verwerkbaar grof zand) door zijn employé-de Keaay gevonden ter plaatse waar dat werktuig in Februari j.1. en verder tot heden met succes werkzaam is geweest.

In Juli 1913 heeft de hopper-cutter-zuiger ook reeds ter zelfder plaatse gewerkt, zooals o. a. kan blijken uit de legenda op de kaart als bijlage H gevoegd bij het advies der Commissie.

Dat de aannemer zijn materieel vervolgens weder van de plaats waar het „goede" zand was gevonden heeft verwijderd en tot Februari 1914 van zijn kennis van de vindplaats van het „goede" zand geen gebruik heeft gemaakt, kan uiteraard geen tijdverlies worden genoemd dat zijn oorzaak heeft in de gesteldheid van de zandplaat.

Het tijdverlies dat werkelijk verband houdt met de gesteldheid van de zandplaatJ) •kan derhalve geacht worden hoogstens te hebben geduurd van midden April tot midden Juli, dus 3 maanden of 13 weken.

Het materieel bij dit tijdverlies betrokken bestaat uit:

de hopper-cutter-zuiger;

de zandzuiger;

1 sleepboot, en

2 klepschouwen.

Het verdere kleinere drijvende materieel van den aannemer diende voor den aanvoer van materialen voor den caissonbouw.

Met den zandzuiger en de klepschouwen met sleepboot heeft de aannemer steeds vrij geregeld door kunnen werken; blijkens de vorenaangehaalde extracten uit de weekrapporten is in elk géval van 12 Mei tot 21 Juni 1913, dus gedurende 6 weken, met dit materieel goed gewerkt, en in de maanden April—Juli dus hoogstens gedurende 7 weken minder goed.

Het werken met den hopper-cutter-zuiger heeft van April tot Juli 1913 weinig resultaat opgeleverd. Het vaartuig is echter in dit tijdsverloop blijkens de weekrapporten van 5 Mei tot 16 Juni, d. i. gedurende 6 weken, naar Soerabaja geweest voor het ondergaan van herstellingen. Dit tijdverhes van 6 weken heeft uiteraard niets uit te staan met de gesteldheid van de zandplaat. Het tijdverhes dat daarmede wel verband houdt is dus beperkt tot slechts 7 weken.

Volgens de bijlage I van den brief van den aannemer de Gkoot van 10 October 1913 N°. 24/B 2) bedragen de exploitatiekosten van:

de hopper-cutter-zuiger per week f 4000

de sleepboot „ „ „865

de zandzuiger „ „ n 1010

2 klepschouwen „ „ n 655

Totaal per week f 6530

') Dit tijdverlies vloeit niet voort uit de omstandigheid dat de gesteldheid van de plaat ongunstiger was dan het boringstelegram aangeeft, doch daaruit dat de plaats waar deze gesteldheid zooveel gunstiger is dan het telegram aangeeft, dat de hopper-cutter-zuiger er met succes kan werken, niet eerder werd gevonden.

2) Overgelegd bij mijn brief van 5 Januari jl. n°. 170/H.W.