is toegevoegd aan uw favorieten.

Onderzoek naar de moeilijkheden ondervonden bij de uitvoering van openbare werken in Nederlandsch-Indië door tusschenkomst van aannemers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik breng deze punten naar voren om te doen uitkomen tot welke middelen de Commissie haar toevlucht moet nemen om te kunnen adviseeren de aannemers rond 5 ton van de door hen gevraagde extra uitkeering van bijna 12 ton toe te kennen; daaruit volgt ten duidelijkste dat de directie, die zich aan het contract heeft te houden en aan de aannemers geen gelden mag toekennen die hun niet overeenkomstig het contract verschuldigd zijn, de finantieele positie van de aannemers niet gezond kon worden, door hun eenvoudig maar meer geld toe te kennen, van het nalaten waarvan de Commissie de directie een verwijt maakt J). De directie èn de aannemers waren immers contractueel gebonden, en kon de directie uiteraard het door de Regeering goedgekeurde contract niet gedeeltelijk als niet bestaand beschouwen, zooals de Commissie blijkt te doen. Bovendien vindt de ongunstige finantieele positie der maatschap Ten Bokkel Huinink c.s. geenszins haar oorzaak speciaal in Indië, doch hield deze nauw verband met elders door de aannemers aangenomen werken.

Wat de directie tot verbetering van de finantieele positie van de aannemers heeft kunnen doen heeft zij gedaan, o. a. door hen bij herhaling voorloopig aan werkkapitaal te helpen en door, ten einde hun faillissement te voorkomen, voor te stellen hun een voorschot te verleenen ten bedrage van 2 ton, waarin door de Regeering werd bewilligd (besluit van 12 Augustus 1913 n°. 28).

Dat de lange duur van het onderwerpelijke werk zoowel voor handel en scheepvaart als voor den Lande een groot nadeel is wordt dzz. voorzeker niet ontkend.

Bij de wijziging van het bestek heeft de maatschap niettemin 360 dagen uitstel gekregen, en met inbegrip daarvan had zij 26 Januari jl. met het werk gereed moeten zijn. Dit uitstel hield hoogstens voor 4 maanden (Mei—September 1911) verband met de wijziging van het plan en strekte overigens om de maatschap te helpen, die met het werk zeer ten achter was.

Ook later heeft de voortgang van het werk veel te wenschen overgelaten zoodat, ook zonder eenig ongeval, het gewijzigde werk op 26 Januari jl. nog lang niet voltooid zou zijn geweest 2).

Juist om de duur van het werk niet zonder noodzaak nog meer te verlengen werd de aannemers o. a. het vorengenoemde voorschot van 2 ton verstrekt en werd ook met het werk voortgegaan na de in October jl. gerezen twijfel omtrent de stabiliteit der caissonmuren.

Over het dzz. aanhangig gemaakte denkbeeld om te Semarang een zeehaven te bouwen, hetwelk de Commissie op blz. 3 van hare meergenoemde missive aanroert, handelen het laatst mijn missives van 23 en 26 Juni jl. n08. 12532 en 12821/H.W.

In verband met de torpedoboothaven te Soerabaja maakt do Commissie een opmerking omtrent het 14000 tons dok.

Dat dit dok voorshands onbenut blijft liggen is een gevolg van den tragen voortgang in de uitvoering der havenwerken te Soerabaja.

Blijkens zijn brief gedateerd Soerabaja 15 Januari 1912 n°. 68 was wijlen de Heer Nobel van oordeel dat de betreffende werken en terreinen in de nieuwe haven voor het dok en de noodige werkplaatsen met 1 November 1912 gereed hadden kunnen zijn (vergelijk mijn rapport van 29 Januari 1912 n°. 2). Het zal echter nog zeer moeten meevallen indien de bedoelde onderdeelen tegen het einde van dit jaar, dus ruim 2 jaren later, zoo ver gevorderd zijn dat met het opstellen der werkplaatsen een begin kan worden gemaakt.

De verdere opmerkingen van de Commissie ten aanzien van het dok gaan het Departement van Marine aan, dat het dok in beheer heeft, en heb ik den Vlootvoogd mitsdien met de betreffende opmerkingen in kennis gesteld.

Ten aanzien van Tandjong-Priok maakt de Commissie in haar meervermelde missive ook eenige opmerkingen. Zij klaagt over stagnatie in de technische uitvoering

') Hoe gul de Commissie is met verwijtingen aan de directie en hoe weinig doordacht die zijn moge o. a. daaruit blijken dat zij op dezelfde blz. van haar advies de directie eerst verwnt dat zij de aannemers na October jl. onvertraagd het werk heeft doen voortzetten, en daarna dat de aannemers in de werkzaamheden niet hadden behoeven belemmerd te worden.

2) Tot Maart jl. is onvertraagd doorgewerkt en moest toen nog ongeveer V< gedeelte van het werk verricht worden.