is toegevoegd aan uw favorieten.

Over de kolonie Suriname

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De groote droogte, waaronder men in 1911 in de kolonie heeft geleden, heeft ook met het water moeilijkheden opgeleverd ; het bestuur heeft toen met groote zorg door aanvoer van water van de bovenrivieren zooveel mogelijk in het gebrek aan water voorzien. Zulk een langdurige droogte doet zich echter slechts bij hooge uitzondering voor, maar toch is daardoor nogmaals de aandacht gevestigd op de wenschelijkheid om meer reservoirs voor het opvangen en het bewaren van het regenwater te maken.

Toch wil men thans nieuwe onderzoekingen omtrent de drinkwaterkwestie doen plaats hebben.

Een andere aangelegenheid, die niet uit het oog mag worden verloren, is de zorg voor een goede huisvesting voor de lagere klassen der bevolking. In de stad is een opeenhooping van menschen in kleine ruimten, waarin verbetering moet worden gebracht; op tal van erven heeft men kleine zoogenaamde negerwoningen, waarvan de opruiming zeer wenschelijk zou zijn. En die opruiming is niet alleen aan te bevelen uit een hygiënisch oogpunt, maar zij kan ook strekken tot een beter gezinsleven bij de lagere klassen der bevolking. Na de afschaffing der slavernij zijn de vrijgemaakte slaven in groote getalen naar de stad getrokken om daar te blijven, en het zou zeer gelukkig zijn, wanneer een goed deel van de in de stad wonende bevolking weder naar de buitenwijken of naar de districten verhuisde om zich daar op den kleinen landbouw toe te leggen. Zonder twijfel zal een woningverordening, die tot een betere huisvesting der bevolking leidt, groote kosten veroorzaken, maar langzamerhand zal men er toe moeten komen.

De moraliteit der bevolking wordt vaak niet gunstig beoordeeld ; het feit dat zoo vele kinderen buiten echt worden geboren, geeft tot dit ongunstig oordeel aanleiding. Volgens het koloniaal verslag (1912) waren van de 2720 kinderen die in 1911 in de kolonie geboren zijn, slechts 672 wettige kinderen. Men mag daarbij echter niet uit het oog verliezen, dat er dikwijls een samenleving is, waaraan wel de band des huwelijks ontbreekt, maar waarbij men elkander toch trouw is. Telken jare worden dan ook vele onechte kinderen door later huwelijk gewettigd; in 1911 werden er 466 huwelijken gesloten en 589 kinderen gewettigd.

Voor de goud industrie en vooral voor de balata industrie