is toegevoegd aan uw favorieten.

De wonderen van den sterrenhemel

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onder een tweemaal grooteren hoek A ó B en het voorwerp schijnt dan dus voor ons tweemaal zoo groot te zijn, als in het eerste geval. Evenzoo zien wii het op een 3 maal, 4 maal kleineren afbtand enz onder een 3-, 4- of meermalen grooteren hoek en dus schijnbaar ook zoovele malen grooter. De schiinbare grootte van een voorwerp, gemeten do den hoek, waaronder wij het zien, verandert Jus m de omgekeerde verhouding van den afstand tot ons ooo- en het is duidelijk dat, als wij den hoek, waaronder"wij het hemellichaam zien, meten^nwij den afstand langs anderen weg, zooals boven vei

klaard werd, bepaald hebben, daaruit de ware grootte,

zooals de doorsnede AB, kan afgeleid woi .

Dit alles was echter natuurlijk eerst mogelijk, toen men over astronomische kijkers en nauwkeurige hoeken meetinstrumenten kon beschikken en voor het iaar 1610 toen G a 1 i 1 e ï voor het eerst zijn pas ult?® 'vonden kijker op den hemel richtte, was men, tot het beoordeelen van de afmetingen der he™elll^am^

uitsluitend op een vergelijkende schatting d<aor

ooo' aangewezen. En het spreekt van zelt, dat er niets bedriegelijker is, zoodat het niet verwonderen kan dat men in de oudheid volkomen onjuiste deiy beelden omtrent dit punt had en bijvoorbeeld meende, dat de zon en de maan niet slechts de grootste lichamen aan den hemel waren, doch dat die beiden ook bijna niet in grootte verschilden, zooals dan ook voor ons oog „schijnbaar" het geval is.

De bepaling van hemellichamen met een aanzienlijke schiinbare grootte, zooals de zon en de maan levert

dus oeen moeilijkheden op. De planeten, die zich

aan ons oog slechts als lichtende punten voordoen, schijnen daardoor grootere bezwaren op te 'e^ie ^ doch wij kunnen deze, door middel van kijkers, ais 't ware zooveel dichter bij ons oog „trekken , dat wij haar meetbare uitgebreidheid kunnen waarnemen.