is toegevoegd aan uw favorieten.

De wonderen van den sterrenhemel

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volkomen gelijke voortstuwende kracht en in dezelfde richting, voortbewogen, juist zooals al de voorwerpen binnen den spoorwegwagon deelen in de voorwaartsche beweging van den trein. En daarom is het geen wonder, dat wij ons niet bewust zijn van de omwenteling der aarde, waarvan wij zelfs in't geheel niets bespeurd zouden hebben, waren wij er niet opmerkzaam op geworden door die langzame verplaatsing van de verwijderde hemellichamen, als wij beurtelings aan hen voorbij gevoerd worden.

Als wij den avondhemel eenigen tijd in het oog houden, zullen wij spoedig opmerken, dat zijn schijnbare draaiende beweging schijnt plaats te hebben om een bepaald punt, dat zich als onbeweeglijk voordoet en steeds dezelfde plaats schijnt te behouden. Dit punt noemt men de „noordpool van den hemel," en een tamelijk heldere ster, die zeer dicht bij dit middelpunt der beweging gelegen is, wordt daarom de „Poolster" genoemd. Voor de bewoners van het zuidelijk halfrond is er insgelijks aan hun hemel een punt, dat eveneens een onveranderlijke plaats schijnt in te nemen, en men noemt dit de „zuidpool van den hemel." Daar echter de hemel in'tgeheel niet ronddraait, doch de aarde zulks doet, zal men gemakkelijk inzien, dat deze schijnbaar onveranderlijke plaatsen aan den hemel feitelijk de punten zijn, waarheen de as van de aarde gericht is. De plaatsen op de aardoppervlakte zelf, bekend als noord- en zuidpool, zijn eenvoudig de punten, waar de aardas, aangenomen, dat deze werkelijk bestond, verondersteld zou worden naar buiten uit te steken (zie lig. 3, bldz. 20). De noordpool van de aarde ligt dus nauwkeurig onder de noordpool des hemels en de zuidpool der aarde juist onder de zuidpool van den hemel.

Wij hebben gezien, dat de aarde éénmaal in ongeveer elke 24 uren om hare denkbeeldige as