is toegevoegd aan uw favorieten.

Handleiding bij het onderwijs in de Bijbelsche geschiedenis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

c. Hoe droegen de Israëlieten de verzwaarde verdrukking ? Exod. 5:20, 21. 6:8.

d. Wat liet God tot de Israëlieten in deze verdrukking zeggen? Exod. 6:5—7.

52. Zijn de Israëlieten eindelijk verlost geworden ?

Nadat God 10 plagen over Egypte had doen komen,

liet de koning de Israëlieten eindelijk vertrekken.

a. Wélk teeken deden Mozes en Aüron voor den koning van Egypte, voordat de 10 plagen kwamen ? Exod. 7:9—13.

b. Hoe gedroegen de Egyptenaars zich jegens Mozes en de Israëlieten bij hun uittocht ? Exod 11: 3. 12 :33 , 36.

c. Gingen de Israëlieten zonder eenige have uit Egypte? Exod. 3:21, 22. 12:35, 36.

53. Welke tien plagen heeft God over Egypte doen komen ?

God heeft de volgende 10 plagen over Egypte doen komen: 1. het water der rivier werd in bloed veranderd; 2. er kwam een menigte kikvorschen. 3. het stof werd in een menigte muggen veranderd; 4. er ontstond een menigte van ongedierte; 5. er ontstond eene zeer zware pest; 6. menschen en beesten werden met booze zweren bezocht; 7. het land werd met hagel en bliksem geplaagd; 8. er kwam een menigte sprinkhanen; 9. er was drie dagen lang eene dikke duisternis; 10. alle eerstgeborenen in de huizen en van het vee der Egyptenaren stierven.

Aanmerking. Onze Staten-vertaling spreekt bij de derde

plaag van „luizen." Het Hebreeuwsehe woord doet echter

denken aan muggen, of eene soort van stekende vliegen.

Zoo is de plaag nog veel grooter.

a. Wat deden de Egyptische toovenaars bij de eerste twee plagen, en wat bij de derde plaag? Exod. 7:22. 8:7, 18, 19.

b. Hebben de Israëlieten ook van die plagen -te lijden gehad? Exod. 8:22, 23. 9:4, 6, 26. 10:23. 11:5—7.

c. Verhinderden de Egyptenaars den uittocht der Israëlieten, zoo als hun koning ? Exod. 10 : 7.