is toegevoegd aan uw favorieten.

Zielsverwanten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heid kon hij zichzelf daaromtrent beloven? Maar de brief was geschreven, de paarden stonden klaar, elk oogenblik kon hij vreezen Ottilie ergens te zullen ontwaren en daardoor tevens zijn besluit verijdeld te zien. Hij verzegelde den brief, snelde de trap af en sprong te paard.

Toen hij de herberg voorbij reed, zag hij den bedelaar, dien hij gisternacht zoo rijkelijk begiftigd had, in het priëel zitten. Hij zat behagelijk aan zijn middagmaal, stond op en boog eerbiedig, ja, als in aanbidding voor Eduard. Diezelfde gestalte was hem gisteren verschenen toen hij Ottilie aan den arm leidde; nu herinnerde zij hem pijnlijk aan het gelukkigste uur zijns levens. Zijn smart werd heviger, het besef van wat hij achterliet werd hem ondragelijk; nog eens keek hij den bedelaar aan. O jij benijdenswaardige! riep hij uit; jij kunt nog teeren op den aalmoes, maar ik niet meer op het geluk van gisteren!